בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה , אֱלֹהֵינוּ מֶלֶךְ הָעוֹלָם
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld,
אם אכל מזונות:
Indien men spijzen [van granen] gegeten heeft, zegt men:
עַל הַמִּחְיָה וְעַל הַכַּלְכָּלָה
voor het leven en het onderhoud
אם שתה יין:
Indien men wijn gedronken heeft, zegt men:
עַל הַגֶּפֶן וְעַל פְּרִי הַגֶּפֶן
voor de wijnstok en de vrucht van de wijnstok
אם אכל פֵּרוֹת מִשְּׁבַעַת מִינִים:
Indien men vruchten van de Zeven Soorten gegeten heeft, zegt men:
עַל הָעֵץ וְעַל פְּרִי הָעֵץ
voor de boom en de vrucht van de boom
וְעַל תְּנוּבַת הַשָּׂדֶה, וְעַל אֶרֶץ חֶמְדָּה, טוֹבָה וּרְחָבָה, שֶׁרָצִיתָ וְהִנְחַלְתָּ לַאֲבוֹתֵינוּ, לֶאֱכוֹל מִפִּרְיָהּ, וְלִשְׂבֹּעַ מִטּוּבָהּ. רַחֵם יְהֹוָה אֱלֹהֵינוּ עָלֵינוּ, וְעַל יִשְׂרָאֵל עַמָּךְ, וְעַל יְרוּשָׁלַיִם עִירָךְ, וְעַל הַר צִיּוֹן מִשְׁכַּן כְּבוֹדָךְ, וְעַל מִזְבָּחָךְ, וְעַל הֵיכָלָךְ, וּבְנֵה יְרוּשָׁלַיִם עִיר הַקֹּדֶשׁ, בִּמְהֵרָה בְיָמֵינוּ, וְהַעֲלֵנוּ לְתוֹכָהּ, וְשַׂמְּחֵנוּ בְּבִנְיָנָהּ, וּנְבָרְכָךְ עָלֶיהָ בִּקְדֻשָּׁה וּבְטָהֳרָה.
En voor de opbrengst van het veld, en voor het begeerlijke, goede en ruime land dat Gij begeerd hebt en aan onze voorouders ten erfdeel gegeven hebt, om van zijn vrucht te eten en met zijn goedheid verzadigd te worden. Ontferm U, Eeuwige, onze God, over ons, en over Jisraeel Uw volk, en over Jeruzalem Uw stad, en over de berg Sion, de woning van Uw glorie, en over Uw altaar, en over Uw Tempel, en herbouw Jeruzalem, de heilige stad, spoedig in onze dagen. Breng ons daarin op, en verheug ons met haar herbouw, en wij zullen U daarvoor zegenen in heiligheid en reinheid.
כִּי אַתָּה טוֹב וּמֵטִיב לַכֹּל, וְנוֹדֶה לְךָ יְהֹוָה אֱלֹהֵינוּ עַל הָאָרֶץ
Want Gij zijt goed en doet wel aan allen, en wij danken U, Eeuwige, onze God, voor het land
אם אכל מזונות:
Indien men spijzen van granen gegeten heeft:
וְעַל הַמִּחְיָה וְעַל הַכַּלְכָּלָה
voor het leven en het onderhoud
שֶׁל אֶרֶץ יִשְׂרָאֵל:
van het land Jisraeel:
וְעַל מִחְיָתָהּ וְעַל כַּלְכָּלָתָהּ
voor zijn leven en zijn onderhoud
אם שתה יין:
Indien men wijn gedronken heeft:
וְעַל פְּרִי הַגֶּפֶן
voor de vrucht van de wijnstok
שֶׁל אֶרֶץ יִשְׂרָאֵל:
van het land Jisraeel:
וְעַל פְּרִי גַפְנָהּ
voor de vrucht van zijn wijnstok
אם אכל פֵּרוֹת מִשְּׁבַעַת מִינִים:
Indien men vruchten van de Zeven Soorten gegeten heeft:
וְעַל הַפֵּרוֹת
voor de vruchten
שֶׁל אֶרֶץ יִשְׂרָאֵל:
van het land Jisraeel:
וְעַל פֵּרוֹתֶיהָ
voor zijn vruchten
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה , עַל הָאָרֶץ וְעַל
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, voor het land en
אם אכל מזונות:
Indien men spijzen [van granen] gegeten heeft:
הַמִּחְיָה
het leven
שֶׁל אֶרֶץ יִשְׂרָאֵל:
van het land Jisraeel:
מִחְיָתָהּ
zijn leven
אם שתה יין:
Indien men wijn gedronken heeft:
פְּרִי הַגֶּפֶן
de vrucht van de wijnstok
שֶׁל אֶרֶץ יִשְׂרָאֵל:
van het land Jisraeel:
פְּרִי גַפְנָהּ
de vrucht van zijn wijnstok
אם אכל פֵּרוֹת מִשְּׁבַעַת מִינִים:
Indien men vruchten van de Zeven Soorten gegeten heeft:
הַפֵּרוֹת
de vruchten
שֶׁל אֶרֶץ יִשְׂרָאֵל:
van het land Jisraeel:
פֵּרוֹתֶיהָ
zijn vruchten