בָּרְכִי נַפְשִׁי אֶת ה'. ה' אֱלהַי גָּדַלְתָּ מְאד. הוד וְהָדָר לָבָשְׁתָּ:
Loof de Eeuwige, o mijn ziel. O Eeuwige, mijn God, Gij zijt zeer verheven; Gij zijt bekleed met glorie en majesteit.
עוטֶה אור כַּשּלְמָה. נוטֶה שָׁמַיִם כַּיְרִיעָה:
Gij hult Uzelf in licht als in een gewaad, en spant de hemelen uit als een tentdoek.
לְשֵׁם יִחוּד קוּדְשָׁא בְּרִיךְ הוּא וּשְׁכִינְתֵּהּ. בִּדְחִילוּ וּרְחִימוּ. לְיַחֵד שֵׁם י"ה בו"ה בְּיִחוּדָא שְׁלִים בְּשֵׁם כָּל יִשרָאֵל:
Omwille van de vereniging van de Heilige, gezegend zij Hij, en Zijn Sjechina, met ontzag en liefde, om de Naam Joed-Hee te verenigen met Wav-Hee in volmaakte eenheid, in de naam van geheel Jisraeel.
הֲרֵינִי מִתְעַטֵּף גּוּפִי בַּצִּיצִית. כֵּן תִּתְעַטֵּף נִשְׁמָתִי וּרְמַ"ח אֵיבָרַי וּשְׁסָ"ה גִידַי בְּאור הַצִּיצִית הָעולֶה תַרְיַ"ג. וּכְשֵׁם שֶׁאֲנִי מִתְכַּסֶּה בְּטַלִּית בָּעולָם הַזֶּה. כַּךְ אֶזְכֶּה לַחֲלוּקָא דְרַבָּנָן. וּלְטַלִּית נָאֶה לָעולָם הַבָּא בְּגַן עֵדֶן. וְעַל יְדֵי מִצְוַת צִיצִית. תִּנָּצֵל נַפְשִׁי וְרוּחִי וְנִשְׁמָתִי וּתפילתי מִן הַחִיצונִים. וְהַטַּלִּית יִפְרוש כְּנָפָיו עֲלֵיהֶם. וְיַצִּילֵם כְּנֶשֶׁר יָעִיר קִנּו עַל גּוזָלָיו יְרַחֵף. וּתְהֵא חֲשׁוּבָה מִצְוַת צִיצִית לִפְנֵי הַקָּדושׁ בָּרוּךְ הוּא. כְּאִלּוּ קִיַּמְתִּיהָ בְּכָל פְּרָטֶיהָ וְדִקְדּוּקֶיהָ וְכַוָּנותֶיהָ. וְתַרְיַ"ג מִצְות הַתְּלוּיִם בָּהּ. אָמֵן סֶלָה:
Hier hul ik mijn lichaam in de tsietsiet. Moge mijn ziel, samen met mijn 248 ledematen en 365 pezen, evenzo gehuld worden in het licht van de tsietsiet, dat overeenkomt met de 613 geboden. Zoals ik mij in deze wereld met de talliet bedek, zo moge ik de mantel van de rechtvaardigen en een schone talliet verdienen in de komende wereld, in de tuin van Eden. Moge door de mitswa van de tsietsiet mijn ziel, mijn geest en mijn gebed gered worden van vreemde machten. Moge de talliet haar vleugels over hen uitspreiden en hen beschermen, zoals een arend zijn nest opschrikt en boven zijn jongen zweeft. Moge de mitswa van de tsietsiet voor de Heilige, gezegend zij Hij, beschouwd worden alsof ik haar heb vervuld met al haar bijzonderheden, voorschriften en intenties, en met alle 613 geboden die ervan afhangen. Amen, sela.
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. אֱלהֵינוּ מֶלֶךְ הָעולָם. אֲשֶׁר קִדְּשָׁנוּ בְּמִצְותָיו. וְצִוָּנוּ לְהִתְעַטֵּף בַּצִיצִית:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, die ons met Zijn geboden heeft geheiligd en ons heeft geboden ons in de tsietsiet te hullen.
מַה יָּקָר חַסְדְּךָ אֱלהִים. וּבְנֵי אָדָם בְּצֵל כְּנָפֶיךָ יֶחֱסָיוּן:
Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God! De mensenkinderen schuilen in de schaduw van Uw vleugels.
יִרְוְיֻן מִדֶּשֶׁן בֵּיתֶךָ וְנַחַל עֲדָנֶיךָ תַשְׁקֵם:
Zij laven zich aan de overvloed van Uw huis, en Gij geeft hun te drinken uit de beek van Uw verrukkingen.
כִּי עִמְּךָ מְקור חַיִּים. בְּאורְךָ נִרְאֶה אור:
Want bij U is de bron van het leven; in Uw licht zien wij het licht.
מְשׁוךְ חַסְדְּךָ לְידְעֶיךָ וְצִדְקָתְךָ לְיִשְׁרֵי לֵב:
Bestendig Uw goedertierenheid aan hen die U kennen, en Uw gerechtigheid aan de oprechten van hart.