Pesach Chameets

Burning Chametz

בְּיוֹם י"ד בְּנִיסָן בַּבּוֹקֶר, מֵכִינִים מְדוּרָה קְטַנָּה, וּבָהּ שׂוֹרְפִים אֶת הַחָמֵץ שֶׁנוֹתַר (כּוֹלֵל אֶת הַחָמֵץ שֶׁנִּמְצָא אֶמֶשׁ בִּבְדִיקַת הַחָמֵץ). לְאַחַר שְׂרִיפַת הַחָמֵץ, הוּא מֻבְטָל וּמֻפְקָר שׁוֹב, כּוֹלֵל כָּל חָמֵץ שֶׁאוּלַי נִשְׁאַר בְּמָקוֹם מָה. בְּיוֹם זֶה יֵשׁ זְמַן שֶׁאָסוּר לֶאֱכוֹל חָמֵץ עוֹד, עַד סוֹף הֶחָג. לְאַחַר זְמַן שְׂרִיפַת הַחָמֵץ, אָסוּר שֶׁיִּמָּצֵא וְיֵרָאֶה בִּרְשׁוּתֵנוּ חָמֵץ עַד אַחֲרֵי חַג הַפֶּסַח (מִלְּבַד הַחָמֵץ הַנָּעוּל בָּאָרוֹן שֶׁנִּמְכַּר לְגּוֹי בְּמִכִּירַת חָמֵץ).

Op de 14e van Nisan in de morgen wordt een klein vuurtje bereid, en het overgebleven chameets wordt verbrand (met inbegrip van de chameets die gisteravond tijdens het zoeken werd gevonden). Na het verbranden van de chameets wordt het opnieuw nietig verklaard en prijsgegeven, met inbegrip van elke chameets die ergens mocht zijn achtergebleven. Op deze dag is er een tijdstip vanaf wanneer het verboden is nog chameets te eten, tot het einde van het feest. Na het tijdstip voor het verbranden van de chameets is het verboden dat chameets in ons bezit wordt gevonden of gezien tot na het Pesachfeest (behalve de chameets die opgesloten is in een kast en die bij de 'verkoop van chameets' aan een niet-Jood wordt verkocht).

כַּאֲשֶׁר עֶרֶב פֶּסַח חָל בְּשַׁבָּת, הַחָמֵץ נִשְׂרָף בְּיוֹם שִׁישִׁי, י"ג בְּנִיסָן בַּבּוֹקֶר, וּמְשַׁאֲרִים בַּבַּיִת מְעַט חָמֵץ, בְּכַמּוּת שֶׁמֻּעֲרָכֶת שֶׁתִּסְפִּיק לְסְעוּדוֹת שַׁבָּת הַקְּרוֹבָה. כָּל שֶׁנִּשְׁאַר בְּכָל אוֹפֶן לְאַחַר הַסְּעוּדוֹת - יֵשׁ לְהַשְׁמִיד בְּאוֹפֶן הַמּוּתָר עַל פִּי הַהֲלָכָה.

Wanneer de vooravond van Pesach op Sjabbat valt, wordt de chameets verbrand op vrijdag, de 13e van Nisan in de morgen, en wordt een kleine hoeveelheid chameets in huis gelaten, een hoeveelheid die geschat wordt voldoende te zijn voor de komende Sjabbatmaaltijden. Wat na de maaltijden overblijft, moet worden vernietigd op een wijze die volgens de Joodse wet is toegestaan.

לְאַחַר שְׂרִיפַת הַחָמֵץ וּתוֹךְ כְּדֵי, יֵאָמֵר שָׁלוֹשׁ פְּעָמִים:

Na het verbranden van de chameets en tijdens het verbranden zegt men driemaal:

כָּל חֲמִירָא דְאִיכָּא בִרְשׁוּתִי, דַּחֲזִיתֵהּ וּדְלָא חֲזִיתָה. דְּבִיעַרְתָּה וּדְלָא בִיעַרְתָּה, לִבְטִיל וְלָהֵוי (בפעם השלישית יוסף: הֶפְקֵר) כְּעַפְרָא דְאַרְעָא:

Al het zuurdeeg dat in mijn bezit is, of ik het nu gezien heb of niet gezien heb, of ik het nu verwijderd heb of niet verwijderd heb, zal nietig zijn en worden (voeg de derde keer toe: zonder eigenaar) als het stof der aarde.

לְאַחַר הַשְּׂרֵפָה, יֵאָמֵר:

Na het voltooien van het verbranden zegt men:

יְהִי רָצוֹן מִלְפָנִיךְ, יְהֹוָה אֱלֹהֵינוּ וִאלהֵי אֲבוֹתֵינוּ, שֶׁתְּרַחֵם עֲלֵינוּ, וְתִשְׁמְרֵנוּ וְתַצִּילֵנוּ מֵאִסּוּר חָמֵץ אֲפִלּוּ מִכָּל שֶׁהוּא, שָׁנָה זוֹ וְכָל שָׁנָה וְשָׁנָה, כָּל יְמֵי חַיינוּ. וּכְשֵׁם שֶׁבְּעֶרְנוּ הֶחָמֵץ מִבָּתֵּינוּ הַיוֹם הַזֶּה, כֵן תְזַכֵּנוּ וּתְסַיְעֵנוּ וְתַעְזְרֵנוּ לְבֶעַר הֵיִצֶר הָרָע מִקִּרְבֵּנוּ:

Moge het Uw wil zijn, Eeuwige onze God en God van onze voorouders, dat U zich over ons ontfermt, ons behoedt, en ons redt van elk verbod van chameets, zelfs van de geringste hoeveelheid, dit jaar en elk jaar, alle dagen van ons leven. En zoals wij de chameets vandaag uit onze huizen hebben verwijderd, zo moge U ons het vermogen schenken, ons steunen, en ons helpen om de kwade neiging uit ons binnenste te verwijderen.