Shacharit

Aleinu

עָלֵינוּ לְשַׁבֵּחַ לַאֲדון הַכּל. לָתֵת גְּדֻלָּה לְיוצֵר בְּרֵאשִׁית. שֶׁלּא עָשנוּ כְּגויֵי הָאֲרָצות. וְלא שמָנוּ כְּמִשְׁפְּחות הָאֲדָמָה. שֶׁלּא שם חֶלְקֵנוּ כָּהֶם וְגורָלֵנוּ כְּכָל הֲמונָם: שֶׁהֵם מִשְׁתַּחֲוִים לְהֶבֶל וְרִיק וּמִתְפַּלְלִים אֶל אֵל לא יושִׁיעַ: וַאֲנַחְנוּ כּורְעִים וּמִשְׁתַּחֲוִים וּמודִים לִפְנֵי מֶלֶךְ מַלְכֵי הַמְּלָכִים הַקָּדושׁ בָּרוּךְ הוּא: שֶׁהוּא נוטֶה שָׁמַיִם וְיוסֵד אָרֶץ. וּמושַׁב יְקָרו בַּשָּׁמַיִם מִמַּעַל. וּשְׁכִינַת עֻזּו בְּגָבְהֵי מְרומִים: הוּא אֱלהֵינוּ אֵין עוד. אֱמֶת מַלְכֵּנוּ. אֶפֶס זוּלָתו. כַּכָּתוּב בְּתורָתו. וְיָדַעְתָּ הַיּום וַהֲשֵׁבתָ אֶל לְבָבֶךָ. כִּי ה' הוּא הָאֱלהִים בַּשָּׁמַיִם מִמַּעַל וְעַל הָאָרֶץ מִתָּחַת. אֵין עוד:

Het is onze plicht de Meester van alles te prijzen, grootheid toe te kennen aan de Schepper van het begin, die ons niet gemaakt heeft als de volken der landen en ons niet geplaatst heeft als de geslachten der aarde, die ons deel niet gemaakt heeft als het hunne, noch ons lot als al hun menigte. Want zij buigen voor ijdelheid en leegte en bidden tot een god die niet kan redden. Maar wij buigen in aanbidding en danken voor de Koning der koningen der koningen, de Heilige, gezegend zij Hij, die de hemelen uitspant en de aarde grondvest, wiens woning in de hemelen daarboven is en wiens machtige tegenwoordigheid in de hoogten is. Hij is onze God; er is geen ander. Waarlijk, onze Koning, er is niets behalve Hem, zoals geschreven staat in Zijn Tora: "Gij zult heden weten en het ter harte nemen, dat de Eeuwige God is in de hemelen daarboven en op de aarde beneden; er is geen ander."

עַל כֵּן נְקַוֶּה לְּךָ ה' אֱלהֵינוּ לִרְאות מְהֵרָה בְּתִפְאֶרֶת עֻזֶּךָ. לְהַעֲבִיר גִּלּוּלִים מִן הָאָרֶץ. וְהָאֱלִילִים כָּרות יִכָּרֵתוּן. לְתַקֵּן עולָם בְּמַלְכוּת שַׁדַּי. וְכָל בְּנֵי בָשר יִקְרְאוּ בִשְׁמֶךָ לְהַפְנות אֵלֶיךָ כָּל רִשְׁעֵי אָרֶץ. יַכִּירוּ וְיֵדְעוּ כָּל יושְׁבֵי תֵבֵל. כִּי לְךָ תִּכְרַע כָּל בֶּרֶךְ. תִּשָּׁבַע כָּל לָשׁון. לְפָנֶיךָ ה' אֱלהֵינוּ יִכְרְעוּ וְיִפּלוּ. וְלִכְבוד שִׁמְךָ יְקָר יִתֵּנוּ. וִיקַבְּלוּ כֻלָּם אֶת על מַלְכוּתֶךָ. וְתִמְלךְ עֲלֵיהֶם מְהֵרָה לְעולָם וָעֶד. כִּי הַמַּלְכוּת שֶׁלְּךָ הִיא וּלְעולְמֵי עַד תִּמְלךְ בְּכָבוד. כַּכָּתוּב בְּתורָתֶךָ. ה' יִמְלךְ לְעולָם וָעֶד: וְנֶאֱמַר. וְהָיָה ה' לְמֶלֶךְ עַל כָּל הָאָרֶץ. בַּיּום הַהוּא יִהְיֶה ה' אֶחָד וּשְׁמו אֶחָד:

Daarom hopen wij op U, Eeuwige onze God, om spoedig de pracht van Uw macht te zien, om afgoden van de aarde te verwijderen en valse goden geheel uit te roeien, om de wereld te vervolmaken onder de heerschappij van de Almachtige. Dan zal heel de mensheid Uw naam aanroepen, om alle goddelozen der aarde tot U te keren. Alle bewoners van de wereld zullen erkennen en weten dat voor U elke knie moet buigen, elke tong moet zweren. Voor U, Eeuwige onze God, zullen zij buigen en neervallen, en aan de glorie van Uw naam zullen zij eer geven. Allen zullen het juk van Uw koningschap aanvaarden, en U zult over hen heersen spoedig en voor eeuwig. Want het koninkrijk is van U, en U zult heersen in alle eeuwigheid in glorie, zoals geschreven staat in Uw Tora: "De Eeuwige zal regeren voor eeuwig en altijd." En er is gezegd: "De Eeuwige zal Koning zijn over heel de aarde; op die dag zal de Eeuwige Eén zijn en Zijn naam Eén."

אַל תִּירָא מִפַּחַד פִּתְאם וּמִשּׁאַת רְשָׁעִים כִּי תָבא: עֻצוּ עֵצָה וְתֻפָר. דַּבְּרוּ דָבָר וְלא יָקוּם. כִּי עִמָּנוּ אֵל: וְעַד זִקְנָה אֲנִי הוּא. וְעַד שיבָה אֲנִי אֶסְבּל. אֲנִי עָשיתִי וַאֲנִי אֶשּא וַאֲנִי אֶסְבּל וַאֲמַלֵּט:

Vrees geen plotselinge verschrikking, noch de verwoesting van de goddelozen wanneer die komt. "Beraadslaag, en het zal verijdeld worden; spreek een woord, en het zal niet standhouden, want God is met ons." "Tot in uw ouderdom ben Ik Dezelfde, en tot in uw grijsheid zal Ik u dragen; Ik heb het gemaakt en Ik zal het torsen, en Ik zal dragen en verlossen."