שִׁיר הַמַּעֲלוֹת לְדָוִד לוּלֵי יְהוָה שֶׁהָיָה לָנוּ יֹאמַר נָא יִשְׂרָאֵל:
Een lied van de opgangen. Van David. Was de Eeuwige niet met ons geweest, laat Israeel nu zeggen,
לוּלֵי יְהוָה שֶׁהָיָה לָנוּ בְּקוּם עָלֵינוּ אָדָם:
Was de Eeuwige niet met ons geweest toen mensen tegen ons opstonden,
אֲזַי חַיִּים בְּלָעוּנוּ בַּחֲרוֹת אַפָּם בָּנוּ:
Dan hadden zij ons levend verslonden toen hun toorn tegen ons ontstak.
אֲזַי הַמַּיִם שְׁטָפוּנוּ נַחְלָה עָבַר עַל נַפְשֵׁנוּ:
Dan hadden de wateren ons weggespoeld; een stroom was over onze ziel heen gegaan.
אֲזַי עָבַר עַל נַפְשֵׁנוּ הַמַּיִם הַזֵּידוֹנִים:
Dan waren de overmoedige wateren over onze ziel heen gegaan.
בָּרוּךְ יְהוָה שֶׁלֹּא נְתָנָנוּ טֶרֶף לְשִׁנֵּיהֶם:
Gezegend is de Eeuwige, Die ons niet als prooi aan hun tanden heeft gegeven.
נַפְשֵׁנוּ כְּצִפּוֹר נִמְלְטָה מִפַּח יוֹקְשִׁים הַפַּח נִשְׁבָּר וַאֲנַחְנוּ נִמְלָטְנוּ:
Onze ziel is ontsnapt als een vogel uit de strik van de jagers; de strik brak, en wij zijn ontsnapt.
עֶזְרֵנוּ בְּשֵׁם יְהוָה עֹשֵׂה שָׁמַיִם וָאָרֶץ:
Onze hulp is in de Naam van de Eeuwige, Die hemel en aarde gemaakt heeft.