הַלְלוּיָהּ הַלְלִי נַפְשִׁי אֶת יְהוָה:
Halleluja! Loof de Eeuwige, o mijn ziel.
אֲהַלְלָה יְהוָה בְּחַיָּי אֲזַמְּרָה לֵאלֹהַי בְּעוֹדִי:
Ik zal de Eeuwige loven mijn leven lang; ik zal voor mijn God zingen zolang ik besta.
אַל תִּבְטְחוּ בִנְדִיבִים בְּבֶן אָדָם שֶׁאֵין לוֹ תְשׁוּעָה:
Vertrouw niet op edelen, op een mensenkind, bij wie geen redding is.
תֵּצֵא רוּחוֹ יָשֻׁב לְאַדְמָתוֹ בַּיּוֹם הַהוּא אָבְדוּ עֶשְׁתֹּנֹתָיו:
Zijn geest gaat uit, hij keert terug tot zijn aarde; op die dag vergaan zijn plannen.
אַשְׁרֵי שֶׁאֵל יַעֲקֹב בְּעֶזְרוֹ שִׂבְרוֹ עַל יְהוָה אֱלֹהָיו:
Gelukkig hij wiens hulp de God van Jakob is, wiens hoop is op de Eeuwige, zijn God,
עֹשֶׂה שָׁמַיִם וָאָרֶץ אֶת הַיָּם וְאֶת כָּל אֲשֶׁר בָּם הַשֹּׁמֵר אֱמֶת לְעוֹלָם:
die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is, die trouw houdt voor eeuwig,
עֹשֶׂה מִשְׁפָּט לָעֲשׁוּקִים נֹתֵן לֶחֶם לָרְעֵבִים יְהוָה מַתִּיר אֲסוּרִים:
die recht doet aan de verdrukten, die brood geeft aan de hongerigen; de Eeuwige bevrijdt de gevangenen.
יְהוָה פֹּקֵחַ עִוְרִים יְהוָה זֹקֵף כְּפוּפִים יְהוָה אֹהֵב צַדִּיקִים:
De Eeuwige geeft de blinden het gezicht; de Eeuwige richt de gebogenen op; de Eeuwige heeft de rechtvaardigen lief.
יְהוָה שֹׁמֵר אֶת גֵּרִים יָתוֹם וְאַלְמָנָה יְעוֹדֵד וְדֶרֶךְ רְשָׁעִים יְעַוֵּת:
De Eeuwige bewaart de vreemdelingen; Hij sterkt de wees en de weduwe, maar de weg van de goddelozen maakt Hij krom.
יִמְלֹךְ יְהוָה לְעוֹלָם אֱלֹהַיִךְ צִיּוֹן לְדֹר וָדֹר הַלְלוּיָהּ:
De Eeuwige zal regeren voor eeuwig! Uw God, o Sion, van geslacht tot geslacht. Halleluja!