הַלְלוּיָהּ שִׁירוּ לַיהוָה שִׁיר חָדָשׁ תְּהִלָּתוֹ בִּקְהַל חֲסִידִים:
Halleluja! Zing voor de Eeuwige een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente van de vromen.
יִשְׂמַח יִשְׂרָאֵל בְּעֹשָׂיו בְּנֵי צִיּוֹן יָגִילוּ בְמַלְכָּם:
Laat Israël zich verheugen in zijn Maker; laten de kinderen van Sion juichen over hun Koning.
יְהַלְלוּ שְׁמוֹ בְמָחוֹל בְּתֹף וְכִנּוֹר יְזַמְּרוּ לוֹ:
Laten zij Zijn Naam loven met reidans; met tamboerijn en harp laten zij voor Hem spelen.
כִּי רוֹצֶה יְהוָה בְּעַמּוֹ יְפָאֵר עֲנָוִים בִּישׁוּעָה:
Want de Eeuwige heeft behagen in Zijn volk; Hij siert de nederigen met redding.
יַעְלְזוּ חֲסִידִים בְּכָבוֹד יְרַנְּנוּ עַל מִשְׁכְּבוֹתָם:
Laten de vromen juichen in heerlijkheid; laten zij jubelen op hun legersteden.
רוֹמְמוֹת אֵל בִּגְרוֹנָם וְחֶרֶב פִּיפִיּוֹת בְּיָדָם:
Verheven lofzangen op God zijn in hun keel, en een tweesnijdend zwaard in hun hand,
לַעֲשׂוֹת נְקָמָה בַּגּוֹיִם תּוֹכֵחֹת בַּלְאֻמִּים:
om wraak te oefenen aan de volken, bestraffingen aan de naties,
לֶאְסֹר מַלְכֵיהֶם בְּזִקִּים וְנִכְבְּדֵיהֶם בְּכַבְלֵי בַרְזֶל:
om hun koningen met ketenen te binden en hun edelen met ijzeren boeien,
לַעֲשׂוֹת בָּהֶם מִשְׁפָּט כָּתוּב הָדָר הוּא לְכָל חֲסִידָיו הַלְלוּיָהּ:
om aan hen het beschreven oordeel te voltrekken; dat zal de luister zijn van al Zijn vromen. Halleluja!