שָׁפְטֵנִי אֱלֹהִים וְרִיבָה רִיבִי מִגּוֹי לֹא חָסִיד מֵאִישׁ מִרְמָה וְעַוְלָה תְפַלְּטֵנִי:
Verschaf mij recht, o God, en pleit mijn zaak tegen een onbarmhartig volk, van een man van bedrog en onrecht zult U mij redden.
כִּי אַתָּה אֱלֹהֵי מָעוּזִּי לָמָה זְנַחְתָּנִי לָמָּה קֹדֵר אֶתְהַלֵּךְ בְּלַחַץ אוֹיֵב:
Want U bent de God van mijn sterkte, waarom hebt U mij verstoten? Waarom moet ik in droefheid gaan onder de verdrukking van de vijand.
שְׁלַח אוֹרְךָ וַאֲמִתְּךָ הֵמָּה יַנְחוּנִי יְבִיאוּנִי אֶל הַר קָדְשְׁךָ וְאֶל מִשְׁכְּנוֹתֶיךָ:
Zend Uw licht en Uw waarheid, opdat zij mij leiden; zij zullen mij brengen naar Uw heilige berg en naar Uw woningen.
וְאָבוֹאָה אֶל מִזְבַּח אֱלֹהִים אֶל אֵל שִׂמְחַת גִּילִי וְאוֹדְךָ בְכִנּוֹר אֱלֹהִים אֱלֹהָי:
En ik zal komen tot het altaar van God, tot de God van de vreugde van mijn jubel, en ik zal U danken met de luit, o God, mijn God.
מַה תִּשְׁתּוֹחֲחִי נַפְשִׁי וּמַה תֶּהֱמִי עָלָי הוֹחִילִי לֵאלֹהִים כִּי עוֹד אוֹדֶנּוּ יְשׁוּעֹת פָּנַי וֵאלֹהָי:
Waarom buigt u zich neer, mijn ziel, en waarom bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog danken voor de verlossingen van mijn aangezicht en mijn God.