מִזְמוֹר לְאָסָף אֱלֹהִים נִצָּב בַּעֲדַת אֵל בְּקֶרֶב אֱלֹהִים יִשְׁפֹּט:
Een lied van Asaf. God staat in de vergadering van God; te midden van de rechters zal Hij oordelen.
עַד מָתַי תִּשְׁפְּטוּ עָוֶל וּפְנֵי רְשָׁעִים תִּשְׂאוּ סֶלָה:
Hoe lang zult u onrechtvaardig oordelen en de goddelozen voor eeuwig begunstigen?
שִׁפְטוּ דַל וְיָתוֹם עָנִי וָרָשׁ הַצְדִּיקוּ:
Doe recht aan de arme en de wees; verschaf gerechtigheid aan de nederige en de behoeftige.
פַּלְּטוּ דַל וְאֶבְיוֹן מִיַּד רְשָׁעִים הַצִּילוּ:
Bevrijd de arme en de behoeftige; red [hen] uit de handen van [de] goddelozen.
לֹא יָדְעוּ וְלֹא יָבִינוּ בַּחֲשֵׁכָה יִתְהַלָּכוּ יִמּוֹטוּ כָּל מוֹסְדֵי אָרֶץ:
Zij weten niet en zij begrijpen niet [dat] zij in duisternis zullen wandelen; alle grondvesten van de aarde zullen wankelen.
אֲנִי אָמַרְתִּי אֱלֹהִים אַתֶּם וּבְנֵי עֶלְיוֹן כֻּלְּכֶם:
Ik zei: "U bent engelachtige wezens, en u allen bent engelen van de Allerhoogste."
אָכֵן כְּאָדָם תְּמוּתוּן וּכְאַחַד הַשָּׂרִים תִּפֹּלוּ:
Voorwaar, als een mens zult u sterven, en als een van de vorsten zult u vallen.
קוּמָה אֱלֹהִים שָׁפְטָה הָאָרֶץ כִּי אַתָּה תִנְחַל בְּכָל הַגּוֹיִם:
Sta op, o God, oordeel de aarde, want U beërft alle volken.