DeuteronomiumParsja #48

שֹׁפְטִים

Parasjat Sjoftiem

Deuteronomium 16:18-21:9

Gerechtigheid, gerechtigheid najagen: Mosje bouwt een rechtvaardige samenleving.

Parasjat Sjoftiem

Overzicht

Shoftim zet Mosjes (Mozes) afscheidsonderricht op de vlakten van Moav voort en wendt zich tot de instellingen die Israël in het land zullen besturen. Hij zet wetten uiteen voor rechters, koningen, priesters en profeten, en voor de rechtbanken, de vrijsteden en de wijze van oorlog voeren, alle gebouwd op het najagen van gerechtigheid. De parasja verbeeldt een volk waar macht beperkt is, eerlijkheid beschermd wordt en elk leven als heilig wordt behandeld.

Jaag gerechtigheid na

Mosje (Mozes) gebiedt het volk rechters en ambtenaren aan te stellen in al hun poorten en met ware rechtvaardigheid te oordelen, geen steekpenning aan te nemen en niemand voor te trekken. Hij geeft de klinkende opdracht die een leuze voor het Joodse leven wordt: gerechtigheid, gerechtigheid zul je najagen. Naast eerlijke rechtbanken verbiedt hij de afgodische praktijken die de eredienst bederven, zoals het planten van gewijde bomen of het oprichten van zuilen naast Gods altaar. Voor de moeilijkste zaken stelt hij een hoog gerechtshof in op de plaats die God zal kiezen, waarvan het hele volk de uitspraken moet volgen, zodat de wet eenduidig en helder blijft.

Koningen en priesters

Mosje voorziet de dag dat het volk een koning zal willen zoals de volken om hen heen, en hij staat het toe terwijl hij vaste grenzen aan de koninklijke macht stelt. De koning moet door God worden gekozen uit zijn eigen volk, en hij mag geen paarden, vrouwen of zilver en goud opstapelen, noch zijn hart hoogmoedig laten worden boven zijn broeders. Bovenal moet hij voor zichzelf een Torarol schrijven en er zijn hele leven uit lezen, zodat zelfs de heerser een dienaar van Gods wet blijft. Mosje beschrijft dan de priesters en Levieten, die geen eigen grondgebied ontvangen maar leven van de gaven van het volk, want God is hun erfdeel.

Profeten, geen tovenaars

Mosje verbiedt het volk de manieren van de volken na te doen om verborgen kennis te zoeken: geen kinderoffer, geen waarzeggerij, toverij of het raadplegen van de doden, wat alles een gruwel is voor God. In plaats daarvan belooft God uit het volk een profeet als Mosje te doen opstaan, iemand die Gods ware woord zal spreken, en naar hem moet het volk luisteren. Mosje legt uit hoe men een echte profeet van een valse onderscheidt: als het woord van een profeet niet uitkomt, heeft hij niet namens God gesproken en hoeft men hem niet te vrezen. Israël moet leiding zoeken, niet bij toverij, maar bij Gods eigen boden.

De vrijsteden

Mosje draagt het volk op vrijsteden af te zonderen, gemakkelijk te bereiken, waar iemand die per ongeluk doodt kan vluchten en veilig is voor de wrekende bloedverwant totdat de zaak is berecht. Hij onderscheidt zorgvuldig de onopzettelijke doodslager, die bescherming verdient, van de opzettelijke moordenaar, die geen toevlucht mag opeisen. Hij verbiedt het verplaatsen van de grenssteen van een buur om diens land te stelen, en hij legt de wet van de getuigen vast: een zaak houdt alleen stand op het getuigenis van twee of drie, en een sluwe valse getuige ondergaat juist de straf die hij een ander wilde toebrengen. Deze wetten omringen zowel het leven als het bezit met zorgvuldige waarborgen.

Ten strijde trekken

Zich wendend tot de oorlog, zegt Mosje het volk geen vijand te vrezen die groter is dan zijzelf, want God die hen uit Egypte leidt, gaat met hen mee. Een priester die voor de strijd is gezalfd, spreekt de troepen toe, en ambtenaren sturen iedere man naar huis die een nieuw huis heeft gebouwd, een wijngaard heeft geplant of zich met een vrouw heeft verloofd maar er nog niet van heeft mogen genieten, samen met ieder wiens angst op anderen zou kunnen overslaan. Wanneer Israël een verre stad nadert, moet het eerst vredesvoorwaarden aanbieden voordat het het beleg slaat, en zelfs in de oorlog mogen zij de vruchtbomen rond een stad niet omhakken, want de bomen zijn niet de vijand. De oorlog wordt hier begrensd door barmhartigheid en zelfbeheersing.

De onopgeloste moord

De parasja sluit met een aangrijpend ritueel voor een lichaam dat verslagen in het open veld wordt gevonden, zonder dat iemand weet wie verantwoordelijk is. De oudsten van de stad die het dichtst bij het lichaam ligt, brengen een kalf naar een onbewerkt dal, breken zijn nek en wassen hun handen erboven, en verklaren dat zij dit bloed niet hebben vergoten en er niet bij hebben gestaan toen het gebeurde. Zij bidden om verzoening, zodat de schuld van onschuldig bloed niet op de gemeenschap rust. Zelfs een dood zonder bekende doder, zo leert Mosje, mag niet onopgemerkt voorbijgaan, want elk mensenleven vraagt om rekenschap.

Kernthema's

  • Gerechtigheid najagen: een rechtvaardige samenleving begint bij eerlijke rechtbanken.
  • Zelfs een koning staat onder de wet, nooit erboven.
  • Zoek leiding bij God en de waarheid, niet bij toverij of de doden.
  • Elk mensenleven is heilig, en bloedvergieten mag nooit worden genegeerd.
  • Zelfs in de oorlog is Israël gebonden aan barmhartigheid, terughoudendheid en vredesaanbod.

Haftara

De haftara, Jesaja 51:12 - 52:12, is de vierde van de zeven haftarot van troost na Tisja beAv. God verklaart: Ik, Ik ben het die u troost, en roept Jeruzalem op te ontwaken en op te staan uit het stof, een boodschap van geruststelling en komende verlossing die het seizoen van troost steeds hoger tilt.

Boek

Deuteronomium (דברים)

Hoofdstukken

Deuteronomium 16:18-21:9

דברים ט״ז:י״ח - כ״א:ט׳

Lees Parasjat Sjoftiem in de app

Volg de Toralezing, bekijk vertalingen en verken commentaren in de Am Hazak-app.

Openen in Am Hazak

Lees de Toratekst

Lees de Hebreeuwse tekst van de Torahoofdstukken die in deze parasja behandeld worden.

Meer uit Deuteronomium