מִי שֶׁבֵּרַךְ אֲבוֹתֵינוּ אַבְרָהָם יִצְחָק וְיַעֲקֹב הוּא יְבָרֵךְ אֶת חַיָּלֵי צְבָא הֲגַנָּה לְיִשְׂרָאֵל, הָעוֹמְדִים עַל מִשְׁמַר אַרְצֵנוּ וְעָרֵי אֱלֹהֵינוּ מִגְּבוּל הַלְּבָנוֹן וְעַד מִדְבַּר מִצְרַיִם וּמִן הַיָּם הַגָּדוֹל עַד לְבוֹא הָעֲרָבָה בַּיַּבָּשָׁה בָּאֲוִיר וּבַיָּם. יִתֵּן ה’ אֶת אוֹיְבֵינוּ הַקָּמִים עָלֵינוּ נִגָּפִים לִפְנֵיהֶם. הַקָּדוֹשׁ בָּרוּךְ הוּא יִשְׁמֹר וְיַצִּיל אֶת חַיָלֵינוּ מִכָּל צָרָה וְצוּקָה וּמִכָּל נֶגַע וּמַחֲלָה וְיִשְׁלַח בְּרָכָה וְהַצְלָחָה בְּכָל מַעֲשֵׂה יְדֵיהֶם. יַדְבֵּר שׂוֹנְאֵינוּ תַּחְתֵּיהֶם וִיעַטְרֵם בְּכֶתֶר יְשׁוּעָה וּבַעֲטֶרֶת נִצָּחון. וִיקֻיַּם בָּהֶם הַכָּתוּב: כִּי ה’ אֱלֹהֵיכֶם הַהֹלֵךְ עִמָּכֶם לְהִלָּחֵם לָכֶם עִם אֹיְבֵיכֶם לְהוֹשִׁיעַ אֶתְכֶם: וְנֹאמַר אָמֵן:
Moge Hij Die onze voorvaderen Abraham, Isaak en Jakob gezegend heeft, de strijders van het Israëlische Defensieleger zegenen, die de wacht houden over ons land en de steden van onze God, van de grens van de Libanon tot de woestijn van Egypte, en van de Grote Zee tot de toegang van de Arava, op het land, in de lucht, en op de zee. Moge de Almachtige de vijanden die zich tegen ons verheffen voor hen doen neervallen. Moge de Heilige, gezegend zij Hij, onze strijders bewaren en redden uit alle nood en benauwdheid en uit alle plaag en ziekte, en moge Hij zegen en voorspoed zenden in al hun ondernemingen. Moge Hij onze vijanden onder de macht van onze soldaten brengen en moge Hij hun redding schenken en hen met overwinning kronen. En moge aan hen het vers vervuld worden: Want het is de Eeuwige, uw God, Die met u meegaat om voor u tegen uw vijanden te strijden, om u te verlossen.