יִגְדַּל אֱלהִים חַי וְיִשְׁתַּבַּח, נִמְצָא וְאֵין עֵת אֶל מְצִיאוּתו.
Moge de levende God verheven en geprezen worden, Hij bestaat, en aan Zijn bestaan is geen tijd verbonden.
אֶחָד וְאֵין יָחִיד כְּיִחוּדו, נֶעְלָם וְגַם אֵין סוף לְאַחְדוּתו.
Eén, en er is geen enigheid als Zijn eenheid, verborgen, en er is geen einde aan Zijn eenheid.
אֵין לו דְמוּת הַגּוּף וְאֵינו גוּף, לא נַעֲרךְ אֵלָיו קְדֻשָּׁתו.
Hij heeft geen gestalte van een lichaam, noch is Hij een lichaam, Zijn heiligheid kan met niets vergeleken worden.
קַדְמון לְכָל דָּבָר אֲשֶׁר נִבְרָא, רִאשׁון וְאֵין רֵאשִׁית לְרֵאשִׁיתו.
Voorafgaand aan alles wat geschapen werd, de eerste, en er is geen begin aan Zijn begin.
הִנּו אֲדון עולָם לְכָל נוצָר, יורֶה גְדֻלָּתו וּמַלְכוּתו.
Zie, Hij is de Heer van het heelal over al wat gevormd is, die Zijn grootheid en Zijn koningschap toont.
שֶׁפַע נְבוּאָתו נְתָנו, אֶל אַנְשֵׁי סְגֻלָּתו וְתִפְאַרְתּו.
De overvloed van Zijn profetie gaf Hij aan het volk van Zijn schat en Zijn luister.
לא קָם בְּיִשרָאֵל כְּמשֶׁה עוד, נָבִיא וּמַבִּיט אֶת תְּמוּנָתו.
In Jisraeel is er geen ander opgestaan als Mozes, een profeet die Zijn beeltenis aanschouwde.
תּורַת אֱמֶת נָתַן לְעַמּו אֵל, עַל יַד נְבִיאו נֶאֱמַן בֵּיתו.
Een Tora van waarheid gaf God aan Zijn volk, door Zijn profeet, de getrouwe van Zijn huis.
לא יַחֲלִיף הָאֵל וְלא יָמִיר דָּתו, לְעולָמִים לְזוּלָתו.
God zal Zijn wet niet verruilen noch veranderen, voor eeuwig, voor geen enkele andere.
צופֶה וְיודֵעַ סְתָרֵינוּ, מַבִּיט לְסוף דָּבָר בְְַּקַדְמָתו.
Hij gadeslaat en kent onze geheimen, Hij ziet het einde van een zaak bij haar begin.
גּומֵל לְאִישׁ חֶסֶד כְּמִפְעָלו, נותֵן לְרָשָׁע רַע כְּרִשְׁעָתו.
Hij beloont een mens met goedertierenheid naar zijn daden, Hij geeft de goddeloze kwaad naar zijn boosheid.
יִשְׁלַח לְקֵץ הַיָּמִין מְשִׁיחֵנוּ, לִפְדּות מְחַכֵּי קֵץ יְשׁוּעָתו.
Hij zal aan het einde der dagen onze Messias zenden, om hen te verlossen die wachten op het einde van Zijn redding.
מֵתִים יְחַיֶּה אֵל בְּרב חַסְדּו, בָּרוּךְ עֲדֵי עַד שֵׁם תְּהִלָּתו:
De doden zal Hij doen herleven, God, met Zijn overvloedige goedertierenheid, gezegend voor eeuwig zij de naam van Zijn lof.