לְדָוִד מִזְמוֹר נְאֻם יְהוָה לַאדֹנִי שֵׁב לִימִינִי עַד אָשִׁית אֹיְבֶיךָ הֲדֹם לְרַגְלֶיךָ:
Van David een psalm. Het woord van de Eeuwige tot mijn heer: “Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden tot een voetbank voor uw voeten maak.”
מַטֵּה עֻזְּךָ יִשְׁלַח יְהוָה מִצִּיּוֹן רְדֵה בְּקֶרֶב אֹיְבֶיךָ:
De staf van uw macht zal de Eeuwige uit Sion zenden; heers te midden van uw vijanden.
עַמְּךָ נְדָבֹת בְּיוֹם חֵילֶךָ בְּהַדְרֵי קֹדֶשׁ מֵרֶחֶם מִשְׁחָר לְךָ טַל יַלְדֻתֶיךָ:
Uw volk zal zich vrijwillig aanbieden op de dag van uw legermacht, vanwege de schoonheid van heiligheid toen gij uit de moederschoot kwam; voor u is uw jeugd als de dauw.
נִשְׁבַּע יְהוָה וְלֹא יִנָּחֵם אַתָּה כֹהֵן לְעוֹלָם עַל דִּבְרָתִי מַלְכִּי צֶדֶק:
De Eeuwige heeft gezworen en zal er geen berouw over hebben: gij zijt voor eeuwig een priester vanwege het woord van Malchizedek.
אֲדֹנָי עַל יְמִינְךָ מָחַץ בְּיוֹם אַפּוֹ מְלָכִים:
De Eeuwige, aan uw rechterhand, heeft koningen verbrijzeld op de dag van Zijn toorn.
יָדִין בַּגּוֹיִם מָלֵא גְוִיּוֹת מָחַץ רֹאשׁ עַל אֶרֶץ רַבָּה:
Hij zal recht uitoefenen over de volken tot een hoop lijken; Hij verbrijzelde het hoofd over een groot land.
מִנַּחַל בַּדֶּרֶךְ יִשְׁתֶּה עַל כֵּן יָרִים רֹאשׁ:
Uit de beek aan de weg zou hij drinken; daarom hief hij zijn hoofd op.