הַלְלוּיָהּ הַלְלוּ עַבְדֵי יְהוָה הַלְלוּ אֶת שֵׁם יְהוָה:
Halleloeja! Prijst, gij dienaren van de Eeuwige, prijst de Naam van de Eeuwige.
יְהִי שֵׁם יְהוָה מְבֹרָךְ מֵעַתָּה וְעַד עוֹלָם:
Moge de Naam van de Eeuwige gezegend zijn van nu af tot in eeuwigheid.
מִמִּזְרַח שֶׁמֶשׁ עַד מְבוֹאוֹ מְהֻלָּל שֵׁם יְהוָה:
Van de opgang van de zon tot haar ondergang wordt de Naam van de Eeuwige geprezen.
רָם עַל כָּל גּוֹיִם יְהוָה עַל הַשָּׁמַיִם כְּבוֹדוֹ:
De Eeuwige is verheven boven alle volken; boven de hemelen is Zijn glorie.
מִי כַּיהוָה אֱלֹהֵינוּ הַמַּגְבִּיהִי לָשָׁבֶת:
Wie is als de Eeuwige, onze God, die in den hoge woont,
הַמַּשְׁפִּילִי לִרְאוֹת בַּשָּׁמַיִם וּבָאָרֶץ:
die Zijn blik neerwaarts richt om te zien in de hemelen en op de aarde?
מְקִימִי מֵעָפָר דָּל מֵאַשְׁפֹּת יָרִים אֶבְיוֹן:
Hij verheft de arme uit het stof, uit de mesthoop tilt Hij de behoeftige op,
לְהוֹשִׁיבִי עִם נְדִיבִים עִם נְדִיבֵי עַמּוֹ:
om hem te doen zitten bij vorsten, bij de vorsten van Zijn volk.
מוֹשִׁיבִי עֲקֶרֶת הַבַּיִת אֵם הַבָּנִים שְׂמֵחָה הַלְלוּיָהּ:
Hij doet de onvruchtbare vrouw van het huis wonen als een blije moeder van kinderen. Halleloeja!