שִׁיר הַמַּעֲלוֹת הַבֹּטְחִים בַּיהוָה כְּהַר צִיּוֹן לֹא יִמּוֹט לְעוֹלָם יֵשֵׁב:
Een lied van de opgangen. Zij die op de Eeuwige vertrouwen zijn als de berg Sion, die niet wankelt maar voor eeuwig blijft bestaan.
יְרוּשָׁלִַם הָרִים סָבִיב לָהּ וַיהוָה סָבִיב לְעַמּוֹ מֵעַתָּה וְעַד עוֹלָם:
Jeruzalem heeft bergen om zich heen, en de Eeuwige is rondom Zijn volk, van nu af tot in eeuwigheid.
כִּי לֹא יָנוּחַ שֵׁבֶט הָרֶשַׁע עַל גּוֹרַל הַצַּדִּיקִים לְמַעַן לֹא יִשְׁלְחוּ הַצַּדִּיקִים בְּעַוְלָתָה יְדֵיהֶם:
Want de roede van de goddeloosheid zal niet rusten op het deel van de rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken naar onrecht.
הֵיטִיבָה יְהוָה לַטּוֹבִים וְלִישָׁרִים בְּלִבּוֹתָם:
Doe goed, Eeuwige, aan de goeden en aan hen die oprecht van hart zijn.
וְהַמַּטִּים עַקַלְקַלּוֹתָם יוֹלִיכֵם יְהוָה אֶת פֹּעֲלֵי הָאָוֶן שָׁלוֹם עַל יִשְׂרָאֵל:
En wie hun kromme wegen inslaan, moge de Eeuwige hen wegvoeren met de bedrijvers van ongerechtigheid; en moge er vrede zijn over Israeel.