מִזְמוֹר לְדָוִד יְהוָה רֹעִי לֹא אֶחְסָר:
Een lied van David. De Eeuwige is mijn herder; mij zal niets ontbreken.
בִּנְאוֹת דֶּשֶׁא יַרְבִּיצֵנִי עַל מֵי מְנֻחוֹת יְנַהֲלֵנִי:
Hij doet mij neerliggen in groene weiden; Hij leidt mij langs stille wateren.
נַפְשִׁי יְשׁוֹבֵב יַנְחֵנִי בְמַעְגְּלֵי צֶדֶק לְמַעַן שְׁמוֹ:
Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in paden van gerechtigheid omwille van Zijn Naam.
גַּם כִּי אֵלֵךְ בְּגֵיא צַלְמָוֶת לֹא אִירָא רָע כִּי אַתָּה עִמָּדִי שִׁבְטְךָ וּמִשְׁעַנְתֶּךָ הֵמָּה יְנַחֲמֻנִי:
Zelfs wanneer ik wandel in het dal van duisternis, zal ik geen kwaad vrezen want U bent met mij; Uw roede en Uw staf, zij vertroosten mij.
תַּעֲרֹךְ לְפָנַי שֻׁלְחָן נֶגֶד צֹרְרָי דִּשַּׁנְתָּ בַשֶּׁמֶן רֹאשִׁי כּוֹסִי רְוָיָה:
U richt een tafel voor mij aan in de tegenwoordigheid van mijn tegenstanders; U zalft mijn hoofd met olie; mijn beker vloeit over.
אַךְ טוֹב וָחֶסֶד יִרְדְּפוּנִי כָּל יְמֵי חַיָּי וְשַׁבְתִּי בְּבֵית יְהוָה לְאֹרֶךְ יָמִים:
Mogen slechts goedheid en goedertierenheid mij achtervolgen al de dagen van mijn leven, en ik zal in het huis van de Eeuwige wonen tot in lengte van dagen.