לְדָוִד מִזְמוֹר לַיהוָה הָאָרֶץ וּמְלוֹאָהּ תֵּבֵל וְיֹשְׁבֵי בָהּ:
Van David, een lied. De aarde en haar volheid behoren de Eeuwige toe; de wereld en zij die daarop wonen.
כִּי הוּא עַל יַמִּים יְסָדָהּ וְעַל נְהָרוֹת יְכוֹנְנֶהָ:
Want Hij heeft haar op de zeeen gegrondvest en op de rivieren bevestigd.
מִי יַעֲלֶה בְהַר יְהוָה וּמִי יָקוּם בִּמְקוֹם קָדְשׁוֹ:
Wie zal de berg van de Eeuwige bestijgen en wie zal staan op Zijn heilige plaats?
נְקִי כַפַּיִם וּבַר לֵבָב אֲשֶׁר לֹא נָשָׂא לַשָּׁוְא נַפְשִׁי וְלֹא נִשְׁבַּע לְמִרְמָה:
Hij die reine handen en een zuiver hart heeft, die Mijn Naam niet tevergeefs heeft gebruikt en niet bedrieglijk heeft gezworen.
יִשָּׂא בְרָכָה מֵאֵת יְהוָה וּצְדָקָה מֵאֱלֹהֵי יִשְׁעוֹ:
Hij zal een zegen van de Eeuwige ontvangen en gerechtigheid van de God van zijn heil.
זֶה דּוֹר (דרשו) דֹּרְשָׁיו מְבַקְשֵׁי פָנֶיךָ יַעֲקֹב סֶלָה:
Dit is het geslacht van hen die Hem zoeken, die Uw aangezicht zoeken, Jakob, voor eeuwig.
שְׂאוּ שְׁעָרִים רָאשֵׁיכֶם וְהִנָּשְׂאוּ פִּתְחֵי עוֹלָם וְיָבוֹא מֶלֶךְ הַכָּבוֹד:
[U] poorten, hef uw hoofden op en word verheven, [u] eeuwige ingangen, opdat de Koning der Glorie binnenkome.
מִי זֶה מֶלֶךְ הַכָּבוֹד יְהוָה עִזּוּז וְגִבּוֹר יְהוָה גִּבּוֹר מִלְחָמָה:
Wie is deze Koning der Glorie? De Eeuwige, Die sterk en machtig is, de Eeuwige Die een machtige krijgsman is.
שְׂאוּ שְׁעָרִים רָאשֵׁיכֶם וּשְׂאוּ פִּתְחֵי עוֹלָם וְיָבֹא מֶלֶךְ הַכָּבוֹד:
[U] poorten, hef uw hoofden op en hef u op, [u] eeuwige ingangen, opdat de Koning der Glorie binnenkome.
מִי הוּא זֶה מֶלֶךְ הַכָּבוֹד יְהוָה צְבָאוֹת הוּא מֶלֶךְ הַכָּבוֹד סֶלָה:
Wie is deze Koning der Glorie? De Eeuwige der Heerscharen, Hij is de Koning der Glorie voor eeuwig.