לַמְנַצֵּחַ עַל יְדוּתוּן מִזְמוֹר לְדָוִד:
Voor de dirigent, op jedoetoen, een lied van David.
אַךְ אֶל אֱלֹהִים דּוּמִיָּה נַפְשִׁי מִמֶּנּוּ יְשׁוּעָתִי:
Alleen op God hoopt mijn ziel in stilte; van Hem komt mijn redding.
אַךְ הוּא צוּרִי וִישׁוּעָתִי מִשְׂגַּבִּי לֹא אֶמּוֹט רַבָּה:
Alleen Hij is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, zodat ik niet zwaar zal wankelen.
עַד אָנָה תְּהוֹתְתוּ עַל אִישׁ תְּרָצְּחוּ כֻלְּכֶם כְּקִיר נָטוּי גָּדֵר הַדְּחוּיָה:
Hoelang zult gij verderf beramen tegen een mens? Gij zult allen vermoord worden, als een overhellende muur, een wankele afscheiding.
אַךְ מִשְּׂאֵתוֹ יָעֲצוּ לְהַדִּיחַ יִרְצוּ כָזָב בְּפִיו יְבָרֵכוּ וּבְקִרְבָּם יְקַלְלוּ סֶלָה:
Alleen vanwege zijn verhevenheid hebben zij beraamd hem ten val te brengen; zij scheppen behagen in leugens; met hun mond zegenen zij, maar van binnen vervloeken zij voor altijd.
אַךְ לֵאלֹהִים דּוֹמִּי נַפְשִׁי כִּי מִמֶּנּוּ תִּקְוָתִי:
Alleen op God moet gij hopen, mijn ziel, want mijn hoop is van Hem.
אַךְ הוּא צוּרִי וִישׁוּעָתִי מִשְׂגַּבִּי לֹא אֶמּוֹט:
Alleen Hij is mijn rots en mijn redding; mijn burcht, ik zal niet wankelen.
עַל אֱלֹהִים יִשְׁעִי וּכְבוֹדִי צוּר עֻזִּי מַחְסִי בֵּאלֹהִים:
Op God rust mijn redding en mijn eer; Hij is de rots van mijn sterkte, mijn toevlucht is in God.
בִּטְחוּ בוֹ בְכָל עֵת עָם שִׁפְכוּ לְפָנָיו לְבַבְכֶם אֱלֹהִים מַחֲסֶה לָּנוּ סֶלָה:
Vertrouw te allen tijde op Hem; volk, stort uw hart voor Hem uit. God is voor altijd onze toevlucht.
אַךְ הֶבֶל בְּנֵי אָדָם כָּזָב בְּנֵי אִישׁ בְּמֹאזְנַיִם לַעֲלוֹת הֵמָּה מֵהֶבֶל יָחַד:
De mensenkinderen zijn slechts ijdelheid, en aanzienlijken zijn bedrieglijk; legde men hen op een weegschaal, samen zouden zij lichter zijn dan ijdelheid.
אַל תִּבְטְחוּ בְעֹשֶׁק וּבְגָזֵל אַל תֶּהְבָּלוּ חַיִל כִּי יָנוּב אַל תָּשִׁיתוּ לֵב:
Vertrouw niet op verdrukking, en stel geen ijdele hoop op roof; al neemt rijkdom toe, sla er geen acht op.
אַחַת דִּבֶּר אֱלֹהִים שְׁתַּיִם זוּ שָׁמָעְתִּי כִּי עֹז לֵאלֹהִים:
God sprak één ding, twee dingen heb ik gehoord: dat God de kracht bezit.
וּלְךָ אֲדֹנָי חָסֶד כִּי אַתָּה תְשַׁלֵּם לְאִישׁ כְּמַעֲשֵׂהוּ:
En U, o Eeuwige, bezit goedertierenheid, want U vergeldt ieder mens naar zijn daden.