טוֹב לוֹמַר זֹאת לִפְנֵי אֲמִירַת הָעֲשָׂרָה מִזְמוֹרִים
Het is goed dit te zeggen voordat men de tien psalmen opzegt.
הֲרֵינִי מְקַשֵׁר עַצְמִי בַּאֲמִירַת הָעֲשָׂרָה מִזְמוֹרִים אֵלּוּ לְכָל הַצַּדִּיקִים הָאֲמִתִּיִּים שֶׁבְּדוֹרֵנוּ. וּלְכָל הַצַּדִּיקִים הָאֲמִתִּים שׁוֹכְנֵי עָפָר. קְדוֹשִׁים אֲשֶׁר בָּאָרֶץ הֵמָּה. וּבִפְרָט לְרַבֵּנוּ הַקָּדוֹשׁ צַדִּיק יְסוֹד עוֹלָם נַחַל נוֹבֵעַ מְקוֹר חָכְמָה רַבֵּנוּ נַחְמָן בֶּן פֵיגֶא. זְכוּתָם יָגֵן עָלֵינוּ וְעַל כָּל יִשְׂרָאֵל אָמֵן
Hierbij verbind ik mijzelf, bij het opzeggen van deze tien psalmen, met alle ware tsaddikiem van onze generatie, en met alle ware tsaddikiem die in het stof rusten, de heiligen die op de aarde zijn; en in het bijzonder met onze heilige meester, de tsaddik die het fundament van de wereld is, de stromende beek, de bron van wijsheid, onze meester Nachman, de zoon van Feige. Moge hun verdienste ons en heel Israël beschermen. Amen.
לְכוּ נְרַנְּנָה לַיהוָה נָרִיעָה לְצוּר יִשְׁעֵנוּ:
Komt, laten wij de Eeuwige toejuichen; laten wij juichen tot de rots van onze verlossing.
נְקַדְּמָה פָנָיו בְּתוֹדָה בִּזְמִרוֹת נָרִיעַ לוֹ:
Laten wij Zijn aangezicht tegemoet treden met dankzegging; laten wij Hem toejuichen met liederen.
כִּי אֵל גָּדוֹל יְהוָה וּמֶלֶךְ גָּדוֹל עַל כָּל אֱלֹהִים:
Want de Eeuwige is een grote God en een groot Koning boven alle goddelijke machten.
הֲרֵינִי מְזַמֵּן אֶת פִּי לְהוֹדוֹת וּלְהַלֵּל וּלְשַׁבֵּחַ אֶת בּוֹרְאִי. לְשֵם יִחוּד קוּדְשָא בְּרִיךְ הוּא וּשְכִינְתֵּהּ בִּדְחִילוּ וּרְחִימוּ עַל יְדֵי הַהוּא טָמִיר וְנֶעְלַם בְּשֵׁם כָּל יִשְׂרָאֵל:
Hierbij bereid ik mijn mond voor om mijn Schepper te danken, te loven en te prijzen. Omwille van de vereniging van de Heilige, gezegend zij Hij, en Zijn Sjechina, met vrees en liefde, door Hem die verborgen en verhuld is, in naam van heel Israël.