Het ontsteken van de lampen
God draagt Aharon (Aäron) op de lampen van de menora te ontsteken, zodat zij hun licht naar het midden van het Heiligdom werpen. De Tora beschrijft vervolgens hoe de Levieten worden gereinigd en formeel aan hun dienst gewijd, opgedragen namens heel Israël in plaats van de eerstgeborenen. Met het licht ontstoken en de Levieten aangesteld, vallen de laatste voorbereidingen voor de reis op hun plaats. Het Heiligdom is gereed, en zo ook zij die het zullen verzorgen.
Een tweede Pesach
Wanneer de gedenkdag van de Uittocht aanbreekt, brengt het volk het Pesachoffer in de woestijn. Maar sommige mannen die ritueel onrein zijn kunnen niet deelnemen en komen bij Mosje met de vraag waarom zij buitengesloten zouden worden. In plaats van hen weg te sturen legt Mosje hun vraag voor aan God, die Pesach Sjeini instelt, een tweede Pesach een maand later voor ieder die het eerste niet kon vieren. Het is een treffende les dat een oprecht verlangen om nader te komen een werkelijke tweede kans kan openen.
Wolk en trompetten
Een wolk rust overdag op de Misjkan (Tabernakel) en een vuur gloeit er 's nachts boven. Wanneer de wolk opstijgt, reist het volk; wanneer zij neerdaalt, kamperen zij, hoe lang zij ook blijft. God draagt Mosje ook op twee zilveren trompetten te maken om het volk bijeen te roepen, alarm te blazen en de Feesten te markeren. Tussen de wolk en de trompetten leert Israël zich alleen op Gods signaal te bewegen, vertrouwend dat elke stap en elke halte van boven wordt geleid.
Het vertrek van Sinai
Eindelijk stijgt de wolk op, en voor het eerst trekt het volk vanaf Sinai in zijn marsorde, stam na stam, met de Ark die voor hen uit gaat. Mosje nodigt Chovav uit, zijn aangetrouwde verwant, om met hen mee te reizen en te delen in het goede dat voor hen ligt. Terwijl de Ark reist, roept Mosje de oude woorden uit die God vragen op te staan en Zijn vijanden te verstrooien, en wanneer zij rust verwelkomt hij God terug te midden van de menigten van Israël. De grote reis naar het Beloofde Land is eindelijk begonnen.
De hunkering naar vlees
Bijna zodra zij reizen begint het volk te klagen, en een vuur breekt uit aan de rand van het kamp totdat Mosje bidt en het gaat liggen. Dan verspreidt zich een hunkering: zij wenen om vlees en herinneren zich het voedsel van Egypte, moe van het manna dat elke dag valt. Overweldigd roept Mosje uit dat hij dit volk niet alleen kan dragen, en God antwoordt door Zijn geest te leggen op zeventig oudsten om de last van het leiderschap te delen. God zendt enorme zwermen kwartels, maar de hunkering wordt dodelijk, en de plaats wordt genoemd naar de graven van hen die hunkerden.
Mirjam en Mosje
In het slottafereel van de parasja spreken Mirjam en Aharon zich uit tegen Mosje aangaande zijn vrouw, met de vraag of hij als enige Gods woord hoort. God roept alle drie naar de Tent en verklaart dat Hij tot andere profeten in visioenen spreekt, maar met Mosje spreekt Hij van mond tot mond, want Mosje is de nederigste van alle mensen. Mirjam wordt getroffen door tsara'at, een verbleking van de huid, en Mosje pleit met een kort en innig gebed of God haar wil genezen. Zij wordt zeven dagen buiten het kamp gehouden, en de hele natie wacht op haar voordat het verder reist naar de woestijn Paran.
