U staat allen
Mosje opent door het volk te zeggen dat zij deze dag allen voor God staan om in Zijn verbond te treden: de hoofden van de stammen en de oudsten, de mannen, de vrouwen en de kinderen, tot aan de houthakker en de waterdrager. Niemand is te groot of te klein om erbij te horen. Opvallend voegt hij eraan toe dat het verbond niet alleen wordt gesloten met wie lijfelijk aanwezig zijn, maar met allen die er die dag niet zijn, en zo door de tijd heen reikt om ook toekomstige generaties te binden. Elke Jood die ooit zou leven, staat in zekere zin bij die samenkomst.
Het verborgene en het geopenbaarde
Mosje waarschuwt het volk geen enkele wortel onder hen de bittere vrucht van afgoderij te laten dragen, en waarschuwt voor de mens die het verbond hoort maar zichzelf in stilte verzekert dat hij zijn eigen halsstarrige hart mag volgen en toch in vrede blijft. Zulk stil verraad, zegt hij, laat zich niet zomaar wegwuiven. Hij schildert een ontnuchterend beeld van een verwoest land, waar latere volken naar zullen kijken en het zullen begrijpen als de prijs van het verlaten van God. Dan trekt hij een zorgvuldige lijn: de verborgen dingen behoren aan God alleen, terwijl de geopenbaarde dingen aan ons en aan onze kinderen behoren, om er trouw naar te leven.
De belofte van terugkeer
Hier wordt de parasja stralend. Mosje voorziet een tijd waarin al deze dingen, de zegen en de vloek beide, over het volk zijn gekomen en zij zich verstrooid vinden onder de volken. Wanneer zij het daar ter harte nemen en met heel hun hart en ziel terugkeren tot God, belooft hij, zal God hen van de einden der aarde bijeenbrengen, hen thuisbrengen en zelfs hun hart besnijden zodat zij Hem ten volle kunnen liefhebben. Dit is tesjoeva (terugkeer tot God) op haar meest hoopvolle: geen afstand is te groot, en geen ballingschap is ooit definitief.
Niet ver weg
Mosje houdt vol dat het gebod dat hij geeft niet te moeilijk is en niet buiten bereik. Het is niet in de hemel, zodat men zich zou afvragen wie zal opstijgen om het neer te halen, en niet aan de overkant van de zee, zodat men zou vragen wie zal oversteken om het te halen. Veeleer, zegt hij, is het heel nabij: in je mond en in je hart, zodat je het werkelijk kunt doen. Het leven van de Tora is niet voorbehouden aan een enkeling in de verte, maar binnen het bereik van ieder gewoon mens gelegd.
Kies het leven
Mosje brengt dit alles samen in een van de meest aangrijpende oproepen van de Tora. Hij roept hemel en aarde als getuigen en legt het volk leven en goed, dood en kwaad voor, en zegt hun ronduit het leven te kiezen, zodat zij en hun kinderen mogen leven. Het leven kiezen is God liefhebben, naar Zijn stem luisteren en Hem vasthouden, die hun lengte van dagen op het land is. Het besluit, en de zegen die eruit voortvloeit, ligt in hun eigen hand.
