Ochtendzegeningen

Adon Olam

אֲדון עולָם אֲשֶׁר מָלַךְ. בְּטֶרֶם כָּל יְצִיר נִבְרָא:

Heer van het heelal, die regeerde voordat enige gestalte werd geschapen.

לְעֵת נַעֲשה בְחֶפְצו כּל. אֲזַי מֶלֶךְ שְׁמו נִקְרָא:

Op het moment dat Zijn wil alles tot aanzijn bracht, toen werd Zijn Naam tot Koning uitgeroepen.

וְאַחֲרֵי כִּכְלות הַכּל. לְבַדּו יִמְלךְ נורָא:

En nadat alles heeft opgehouden te bestaan, zal Hij alleen in ontzag regeren.

וְהוּא הָיָה וְהוּא הוֶה. וְהוּא יִהְיֶה בְּתִפְאָרָה:

Hij was, Hij is, en Hij zal zijn in heerlijkheid.

וְהוּא אֶחָד וְאֵין שֵׁנִי. לְהַמְשִׁיל לו לְהַחְבִּירָה:

Hij is Eén, en er is geen tweede om met Hem te vergelijken, om naast Hem te plaatsen.

בְּלִי רֵאשִׁית בְּלִי תַכְלִית. וְלו הָעז וְהַמִּשרָה:

Zonder begin, zonder einde, aan Hem behoren kracht en heerschappij.

וְהוּא אֵלִי וְחַי גואֲלִי. וְצוּר חֶבְלִי בְּעֵת צָרָה:

Hij is mijn God, mijn levende Verlosser, de rots van mijn pijn in tijden van nood.

וְהוּא נִסִּי וּמָנוס לִי. מְנָת כּוסִי בְּיום אֶקְרָא:

Hij is mijn banier en mijn toevlucht, mijn deel op de dag dat ik roep.

בְּיָדו אַפְקִיד רוּחִי. בְּעֵת אִישָׁן וְאָעִירָה:

In Zijn hand vertrouw ik mijn geest toe, wanneer ik slaap en wanneer ik ontwaak.

וְעִם רוּחִי גְּוִיָּתִי. ה' לִי וְלא אִירָא:

En met mijn geest ook mijn lichaam; de Eeuwige is met mij, ik zal niet vrezen.