מוּסַף שֶׁל רֹאשׁ חוֹדֶשׁ

Rosj Chodesj Moesaf

De aanvullende gebedsdienst voor de nieuwe maand.

Open in Am Hazak

כִּי שֵׁם ה' אֶקְרָא. הָבוּ גדֶל לֵאלהֵינוּ:

Want ik zal de naam van de Eeuwige aanroepen; geeft grootheid toe aan onze God:

אֲדנָי שפָתַי תִּפְתָּח. וּפִי יַגִּיד תְּהִלָתֶךָ:

Eeuwige, open mijn lippen, en mijn mond zal Uw lof verkondigen:

בָּרוּךְ אַתָּה ה' אֱלהֵינוּ וֵאלהֵי אֲבותֵינוּ. אֱלהֵי אַבְרָהָם. אֱלהֵי יִצְחָק. וֵאלהֵי יַעֲקב. הָאֵל הַגָּדול הַגִּבּור וְהַנּורָא אֵל עֶלְיון. גּומֵל חֲסָדִים טובִים. וְקונֵה הַכּל וְזוכֵר חַסְדֵי אָבות. וּמֵבִיא גואֵל לִבְנֵי בְנֵיהֶם לְמַעַן שְׁמו בְּאַהֲבָה:

Gezegend zijt Gij, Eeuwige onze God en God van onze vaderen, God van Abraham, God van Isaak, en God van Jakob; de grote, machtige en ontzagwekkende God, de Allerhoogste God, die goede weldaden bewijst, en alles bezit, en de weldaden van de vaderen gedenkt, en met liefde een verlosser brengt aan de kinderen van hun kinderen omwille van Zijn naam:

מֶלֶךְ עוזֵר וּמושִׁיעַ וּמָגֵן:
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. מָגֵן אַבְרָהָם:

Koning, Helper, Verlosser en Schild:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, Schild van Abraham:

אַתָּה גִבּור לְעולָם אֲדנָי. מְחַיֶּה מֵתִים אַתָּה רַב לְהושִׁיעַ:

Gij zijt machtig voor eeuwig, Eeuwige; Gij doet de doden herleven, Gij zijt rijk aan verlossing:

בקיץ:

In de zomer:

מורִיד הַטָּל:

Die de dauw doet vallen:

בחורף:

In de winter:

מַשִׁיב הָרוּחַ וּמורִיד הַגָּשֶׁם:

Die de wind doet waaien en de regen doet vallen:

מְכַלְכֵּל חַיִּים בְּחֶסֶד. מְחַיֶּה מֵתִים בְּרַחֲמִים רַבִּים. סומֵךְ נופְלִים וְרופֵא חולִים וּמַתִּיר אֲסוּרִים. וּמְקַיֵּם אֱמוּנָתו לִישֵׁנֵי עָפָר. מִי כָמוךָ בַּעַל גְּבוּרות וּמִי דומֶה לָךְ. מֶלֶךְ מֵמִית וּמְחַיֶּה וּמַצְמִיחַ יְשׁוּעָה:
וְנֶאֱמָן אַתָּה לְהַחֲיות מֵתִים:
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. מְחַיֶּה הַמֵּתִים:

Die de levenden met goedertierenheid onderhoudt, de doden met overvloedige barmhartigheid doet herleven, de gevallenen ondersteunt, de zieken geneest, de gevangenen bevrijdt, en Zijn trouw bewaart aan hen die in het stof slapen; wie is als Gij, Meester van machtige daden, en wie is U gelijk, een Koning die de dood brengt en het leven herstelt en de verlossing doet ontspruiten:
En Gij zijt getrouw om de doden te doen herleven:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die de doden doet herleven:

בחזרת הש"ץ אומרים כאן קדושה:

Tijdens de herhaling van de Sjemone Esree wordt hier de Kedoesja gezegd:

נְקַדֵּשׁ אֶת שִׁמְךָ בָּעולָם. כְּשֵׁם שֶׁמַּקְדִּישִׁים אותו בִּשְׁמֵי מָרום. כַּכָּתוּב עַל יַד נְבִיאֶךָ. וְקָרָא זֶה אֶל זֶה וְאָמַר:
קָדושׁ קָדושׁ קָדושׁ ה' צְבָאות מְלא כָל הָאָרֶץ כְּבודו:
לְעֻמָּתָם בָּרוּךְ יאמֵרוּ:
בָּרוּךְ כְּבוד ה' מִמְּקומו:
וּבְדִבְרֵי קָדְשְׁךָ כָּתוּב לֵאמר:
יִמְלךְ ה' לְעולָם אֱלהַיִךְ צִיּון לְדר וָדר הַלְלוּיָהּ:

Wij zullen Uw naam heiligen in de wereld, zoals zij hem heiligen in de hemelen boven, gelijk geschreven staat door de hand van Uw profeet: En de een riep tot de ander en zei:
Heilig, heilig, heilig is de Eeuwige der heerscharen; de gehele aarde is vol van Zijn heerlijkheid:
Tegenover hen zeggen zij 'Gezegend':
Gezegend is de heerlijkheid van de Eeuwige vanuit Zijn plaats:
En in Uw heilige woorden staat geschreven, zeggende:
De Eeuwige zal regeren voor eeuwig, uw God, o Sion, van geslacht tot geslacht, Halleloeja:

אַתָּה קָדושׁ וְשִׁמְךָ קָדושׁ. וּקְדושִׁים בְּכָל יום יְהַלְלוּךָ סֶּלָה:
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. הָאֵל הַקָּדושׁ:

Gij zijt heilig, en Uw naam is heilig, en de heiligen prijzen U elke dag, sela:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, de heilige God:

לש”ץ:

Voor de voorganger:

לְדור וָדור נַגִּיד גָּדְלֶךָ וּלְנֵצַח נְצָחִים קְדֻשָּׁתְךָ נַקְדִּישׁ. וְשִׁבְחֲךָ אֱלהֵינוּ מִפִּינוּ לא יָמוּשׁ לְעולָם וָעֶד. כִּי אֵל מֶלֶךְ גָּדול וְקָדושׁ אָתָּה:
בָּרוּךְ אַתָּה ה' הָאֵל (בעשי"ת הַמֶּלֶךְ) הַקָּדושׁ:

Van geslacht tot geslacht zullen wij Uw grootheid verkondigen, en in alle eeuwigheid zullen wij Uw heiligheid heiligen; en Uw lof, onze God, zal nooit van onze mond wijken voor eeuwig en altijd, want Gij zijt een grote en heilige God en Koning:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, de heilige God (tijdens de Tien Dagen van Inkeer: de heilige Koning):

רָאשֵׁי חֳדָשִׁים לְעַמְּךָ נָתָתָּ. זְמַן כַּפָּרָה לְכָל תּולְדותָם. בִּהְיותָם מַקְרִיבִים לְפָנֶיךָ זִבְחֵי רָצון. וּשעִירֵי חַטָּאת לְכַפֵּר בַּעֲדָם. זִכָּרון לְכֻלָּם יִהְיוּ. וּתְשׁוּעַת נַפְשָׁם מִיַּד שונֵא. מִזְבֵּחַ חָדָשׁ בְּצִיּון תָּכִין וְעולַת ראשׁ חודֶשׁ נַעֲלֶה עָלָיו וּשעִירֵי עִזִּים נַעֲשה בְרָצון. וּבַעֲבודַת בֵּית הַמִּקְדָּשׁ נִשמַח כֻּלָּנוּ. וּבְשִׁירֵי דָּוִד עַבְדֶּךָ הַנִּשְׁמָעִים בְּעִירֶךָ. הָאֲמוּרִים לִפְנֵי מִזְבְּחֶךָ. אַהֲבַת עולָם תָּבִיא לָהֶם וּבְרִית אָבות לַבָּנִים תִּזְכּור:
וַהֲבִיאֵנוּ לְצִיּון עִירְךָ בְּרִנָּה. וְלִירוּשָׁלַיִם בֵּית מִקְדָּשְׁךָ בְּשמְחַת עולָם. וְשָׁם נַעֲשה לְפָנֶיךָ אֶת קָרְבְּנות חובותֵינוּ תְּמִידִים כְּסִדְרָם וּמוּסָפִים כְּהִלְכָתָם. וְאֶת מוּסַף יום ראשׁ הַחודֶשׁ הַזֶּה. נַעֲשה וְנַקְרִיב לְפָנֶיךָ בְּאַהֲבָה כְּמִצְוַת רְצונֶךָ. כְּמו שֶׁכָּתַבְתָּ עָלֵינוּ בְּתורָתֶךָ עַל יְדֵי משֶׁה עַבְדֶּךָ מִפִּי כְבודֶךָ. כָּאָמוּר:
וּבְרָאשֵׁי חָדְשֵׁיכֶם תַּקְרִיבוּ עולָה לה'. פָּרִים בְּנֵי בָקָר שְׁנַיִם. וְאַיִל אֶחָד. כְּבָשים בְּנֵי שָׁנָה שִׁבְעָה תְּמִימִם:
וּמִנְחָתָם וְנִסְכֵּיהֶם כִּמְדֻבָּר. שְׁלשָׁה עֶשרנִים לַפָּר. וּשְׁנֵי עֶשרנִים לָאָיִל. וְעִשרון לַכֶּבֶש. וְיַיִן כְּנִסְכּו. וְשעִיר לְכַפֵּר. וּשְׁנֵי תְמִידִים כְּהִלְכָתָם:
אֱלהֵינוּ וֵאלהֵי אֲבותֵינוּ. חַדֵּשׁ עָלֵינוּ אֶת הַחדֶשׁ הַזֶּה לְטובָה וְלִבְרָכָה. לְששון וּלְשמְחָה. לִישׁוּעָה וּלְנֶחָמָה. לְפַרְנָסָה וּלְכַלְכָּלָה. לְחַיִּים וּלְשָׁלום. לִמְחִילַת חֵטְא וְלִסְלִיחַת עָון. (בשנת העיבור עד חודש ניסן וּלְכַפָּרַת פָּשַׁע). כִּי בְעַמְּךָ יִשרָאֵל בָּחַרְתָּ מִכָּל הָאֻמּות. וְחֻקֵּי רָאשֵׁי חֳדָשִׁים לָהֶם קָבָעְתָּ:
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. מְקַדֵּשׁ יִשרָאֵל וְרָאשֵׁי חֳדָשִׁים:

De beginselen van de maanden hebt Gij aan Uw volk gegeven, een tijd van verzoening voor al hun geslachten; wanneer zij voor U welgevallige offers brengen en bokken als zondoffers om voor hen verzoening te doen; mogen zij een gedachtenis zijn voor allen, en de verlossing van hun zielen uit de hand van de vijand; bereid een nieuw altaar in Sion en wij zullen daarop het brandoffer van de nieuwe maand offeren, en bokken zullen wij met welbehagen verrichten; en in de dienst van de heilige Tempel zullen wij allen ons verheugen, en met de liederen van David Uw dienaar, die gehoord worden in Uw stad, gesproken voor Uw altaar; breng hun eeuwige liefde en gedenk het verbond van de vaderen voor de zonen:
En breng ons naar Sion Uw stad met vreugde, en naar Jeruzalem Uw Tempel met eeuwigdurende blijdschap; en daar zullen wij voor U onze verplichte offers verrichten, de dagelijkse offers in hun orde en de bijkomende offers volgens hun wet; en het bijkomende offer van deze nieuwe maan dag zullen wij verrichten en voor U offeren met liefde, naar het gebod van Uw wil, zoals Gij voor ons geschreven hebt in Uw Tora door Mozes Uw dienaar, uit de mond van Uw heerlijkheid, zoals gezegd is:
En op de beginselen van uw maanden zult gij een brandoffer brengen aan de Eeuwige: twee jonge stieren, één ram, zeven mannelijke lammeren van een jaar oud zonder gebrek:
En hun spijsoffers en hun drankoffers zoals voorgeschreven: drie tienden voor de stier, twee tienden voor de ram, één tiende voor elk lam, en wijn voor zijn drankoffer, en een bok ter verzoening, en twee dagelijkse offers volgens hun wet:
Onze God en God van onze vaderen, vernieuw deze maand voor ons ten goede en ten zegen, tot blijdschap en tot vreugde, tot verlossing en tot vertroosting, tot onderhoud en tot voorziening, tot leven en tot vrede, tot vergeving van zonde en tot kwijtschelding van ongerechtigheid (in een schrikkeljaar tot Nisan: en tot verzoening van overtreding); want Gij hebt Uw volk Israël uit alle volken verkozen, en voor hen de inzettingen van de nieuwe manen vastgesteld:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die Israël en de nieuwe manen heiligt:

רְצֵה ה' אֱלהֵינוּ בְּעַמְּךָ יִשרָאֵל וּבִתְפִלָּתָם שְׁעֵה. וְהָשֵׁב אֶת הָעֲבודָה לִדְבִיר בֵּיתֶךָ. וְאִשֵּׁי יִשרָאֵל וּתְפִלָּתָם. בְּאַהֲבָה תְקַבֵּל בְּרָצון. וּתְהִי לְרָצון תָּמִיד עֲבודַת יִשרָאֵל עַמֶּךָ:
וְתֶחֱזֶינָה עֵינֵינוּ בְּשׁוּבְךָ לְצִיּון בְּרַחֲמִים:
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. הַמַּחֲזִיר שְׁכִינָתו לְצִיּון:

Wees welgevallig, Eeuwige onze God, jegens Uw volk Israël en hoor hun gebed; en herstel de dienst aan het heiligdom van Uw huis; en de vuuroffers van Israël en hun gebed, aanvaard ze met liefde en welbehagen; en moge de dienst van Uw volk Israël U altijd welgevallig zijn:
En mogen onze ogen Uw terugkeer naar Sion in barmhartigheid aanschouwen:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die Zijn aanwezigheid naar Sion doet terugkeren:

מודִים אֲנַחְנוּ לָךְ. שָׁאַתָּה הוּא ה' אֱלהֵינוּ וֵאלהֵי אֲבותֵינוּ לְעולָם וָעֶד. צוּר חַיֵּינוּ. מָגֵן יִשְׁעֵנוּ אַתָּה הוּא לְדור וָדור:
נודֶה לְּךָ וּנְסַפֵּר תְּהִלָּתֶךָ עַל חַיֵּינוּ הַמְּסוּרִים בְּיָדֶךָ. וְעַל נִשְׁמותֵינוּ הַפְּקוּדות לָךְ. וְעַל נִסֶּיךָ שֶׁבְּכָל יום עִמָּנוּ. וְעַל נִפְלְאותֶיךָ וְטובותֶיךָ שֶׁבְּכָל עֵת. עֶרֶב וָבקֶר וְצָהֳרָיִם:
הַטּוב כִּי לא כָלוּ רַחֲמֶיךָ. וְהַמְרַחֵם כִּי לא תַמּוּ חֲסָדֶיךָ. מֵעולָם קִוִּינוּ לָךְ:

Wij danken U, want Gij zijt de Eeuwige onze God en God van onze vaderen voor eeuwig en altijd; Rots van ons leven, Schild van ons heil, Gij zijt Dezelfde van geslacht tot geslacht:
Wij zullen U danken en Uw lof verhalen voor ons leven dat in Uw hand is toevertrouwd, en voor onze zielen die bij U zijn neergelegd, en voor Uw wonderen die elke dag met ons zijn, en voor Uw wonderdaden en goedheid die te allen tijde zijn, avond, morgen en middag:
De Goede, want Uw barmhartigheden zijn niet opgehouden, en de Barmhartige, want Uw weldaden zijn niet geëindigd, want wij hebben altijd op U gehoopt:

מודים דרבנן:

Dankzegging van de Rabbijnen:

מודִים אֲנַחְנוּ לָךְ. שָׁאַתָּה הוּא ה' אֱלהֵינוּ וֵאלהֵי אֲבותֵינוּ. אֱלהֵי כָל בָּשר. יוצְרֵנוּ יוצֵר בְּרֵאשִׁית. בְּרָכות וְהודָאות לְשִׁמְךָ הַגָּדול וְהַקָּדושׁ. עַל שֶׁהֶחֱיִיתָנוּ וְקִיַּמְתָּנוּ. כֵּן תְּחַיֵּנוּ וּתְקַיְּמֵנוּ. וְתֶאֱסוף גָּלֻיּותֵינוּ לְחַצְרות קָדְשֶׁךָ. לִשְׁמור חֻקֶּיךָ. וְלַעֲשות רְצונֶךָ. וּלְעָבְדְךָ בְּלֵבָב שָׁלֵם. עַל שֶׁאֲנַחְנוּ מודִים לָךְ. בָּרוּךְ אֵל הַהודָאות:

Wij danken U, want Gij zijt de Eeuwige onze God en God van onze vaderen, God van alle vlees, onze Schepper, Schepper van het begin; zegeningen en dankzeggingen aan Uw grote en heilige Naam, omdat Gij ons in leven hebt gehouden en onderhouden; zo moogt Gij ons in leven houden en onderhouden, en onze ballingen verzamelen tot de voorhoven van Uw heiligheid, om Uw inzettingen te bewaren, en om Uw wil te doen, en om U te dienen met een volkomen hart; hiervoor danken wij U; Gezegend is de God van de dankzeggingen:

בחנוכה אומרים:

Op Chanoeka zegt men:

עַל הַנִּסִּים וְעַל הַפֻּרְקָן וְעַל הַגְּבוּרות וְעַל הַתְּשׁוּעות וְעַל הַמִּלְחָמות שֶׁעָשיתָ לַאֲבותֵינוּ בַּיָּמִים הָהֵם בִּזְּמַן הַזֶּה:

Voor de wonderen, en voor de verlossing, en voor de machtige daden, en voor de reddingen, en voor de oorlogen die U voor onze vaderen verricht hebt in die dagen in deze tijd:

לחנוכה:

Voor Chanoeka:

בִּימֵי מַתִּתְיָהוּ בֶּן יוחָנָן כּהֵן גָּדול חַשְׁמונַאִי וּבָנָיו. כְּשֶׁעָמְדָה מַלְכוּת יָוָן הָרְשָׁעָה עַל עַמְּךָ יִשרָאֵל לְהַשְׁכִּיחָם תּורָתֶךָ וּלְהַעֲבִירָם מֵחֻקֵּי רְצונֶךָ:
וְאַתָּה בְּרַחֲמֶיךָ הָרַבִּים עָמַדְתָּ לָהֶם בְּעֵת צָרָתָם. רַבְתָּ אֶת רִיבָם. דַנְתָּ אֶת דִּינָם. נָקַמְתָּ אֶת נִקְמָתָם. מָסַרְתָּ גִבּורִים בְּיַד חַלָּשִׁים. וְרַבִּים בְּיַד מְעַטִּים. וּטְמֵאִים בְּיַד טְהורִים. וּרְשָׁעִים בְּיַד צַדִּיקִים. וְזֵדִים בְּיַד עוסְקֵי תורָתֶךָ. וּלְךָ עָשיתָ שֵׁם גָּדול וְקָדושׁ בְּעולָמֶךָ. וּלְעַמְּךָ יִשרָאֵל עָשיתָ תְּשׁוּעָה גְדולָה וּפֻרְקָן כְּהַיּום הַזֶּה:
וְאַחַר כֵּן בָּאוּ בָנֶיךָ לִדְבִיר בֵּיתֶךָ. וּפִנּוּ אֶת הֵיכָלֶךָ. וְטִהֲרוּ אֶת מִקְדָּשֶׁךָ. וְהִדְלִיקוּ נֵרות בְּחַצְרות קָדְשֶׁךָ. וְקָבְעוּ שְׁמונַת יְמֵי חֲנֻכָּה אֵלּוּ. לְהודות וּלְהַלֵּל לְשִׁמְךָ הַגָּדול:

In de dagen van Mattitjahoe, zoon van Jochanan, de Hogepriester, de Hasmoneeër, en zijn zonen, toen het goddeloze Griekse koninkrijk opstond tegen Uw volk Jisraeel om hen Uw Tora te doen vergeten en hen af te wenden van de inzettingen van Uw wil:
En U, in Uw overvloedige barmhartigheid, stond hun bij in hun tijd van nood; U streed hun strijd, oordeelde hun oordeel, wreekte hun wraak; U gaf de sterken over in de hand van de zwakken, en de velen in de hand van de weinigen, en de onreinen in de hand van de reinen, en de goddelozen in de hand van de rechtvaardigen, en de hovaardigen in de hand van hen die Uw Tora bestuderen; en voor Uzelf maakte U een grote en heilige naam in Uw wereld, en voor Uw volk Jisraeel verrichtte U een grote redding en verlossing als op deze dag:
En daarna kwamen Uw kinderen tot het heiligdom van Uw huis, en ruimden Uw Tempel, en reinigden Uw heiligdom, en ontstaken lichten in Uw heilige voorhoven, en stelden deze acht dagen van Chanoeka in om Uw grote naam te danken en te prijzen:

וְעַל כֻּלָּם יִתְבָּרַךְ וְיִתְרומַם שִׁמְךָ מַלְכֵּנוּ תָּמִיד לְעולָם וָעֶד:
וְכל הַחַיִּים יודוּךָ סֶּלָה. וִיהַלְלוּ אֶת שִׁמְךָ בֶּאֱמֶת הָאֵל יְשׁוּעָתֵנוּ וְעֶזְרָתֵנוּ סֶלָה:
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. הַטּוב שִׁמְךָ וּלְךָ נָאֶה לְהודות:

En voor dit alles, moge Uw naam gezegend en verheven worden, onze Koning, voortdurend voor eeuwig en altijd:
En al wat leeft zal U danken, sela, en Uw naam in waarheid prijzen, de God van ons heil en onze hulp, sela:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, wiens naam Goed is, en wie het past te danken:

ברכת כהנים:

Priesterzegen:

אֱלהֵינוּ וֵאלהֵי אֲבותֵינוּ. בָּרְכֵנוּ בַבְּרָכָה הַמְשֻׁלֶּשֶׁת בַּתּורָה הַכְּתוּבָה עַל יְדֵי משֶׁה עַבְדֶּךָ. הָאֲמוּרָה מִפִּי אַהֲרן וּבָנָיו כּהֲנִים עַם קְדושֶׁךָ. כָּאָמוּר:
יְבָרֶכְךָ ה' וְיִשְׁמְרֶךָ:
יָאֵר ה' פָּנָיו אֵלֶיךָ וִיחֻנֶּךָּ:
יִשּא ה' פָּנָיו אֵלֶיךָ וְיָשם לְךָ שָׁלום:

Onze God en God van onze vaderen, zegen ons met de drievoudige zegen in de Tora, geschreven door de hand van Mozes Uw dienaar, gesproken uit de mond van Aäron en zijn zonen, de priesters, Uw heilig volk, zoals gezegd is:
Moge de Eeuwige u zegenen en u behoeden:
Moge de Eeuwige Zijn aangezicht over u doen lichten en u genadig zijn:
Moge de Eeuwige Zijn aangezicht tot u verheffen en u vrede geven:

והכהנים מברכים:

En de priesters zegenen:

בָּרוּךְ אַתָּה יְהוָה אֱלהֵינוּ מֶלֶךְ הָעולָם אֲשֶׁר קִדְּשָׁנוּ בִּקְדֻשָּׁתו שֶׁל אַהֲרן, וְצִוָּנוּ לְבָרֵךְ אֶת עַמּו יִשרָאֵל בְּאַהֲבָה:
יְבָרֶכְךָ ה' וְיִשְׁמְרֶךָ:

Gezegend zijt Gij, Eeuwige onze God, Koning van de wereld, die ons geheiligd heeft met de heiligheid van Aäron en ons geboden heeft Zijn volk Israël met liefde te zegenen:
Moge de Eeuwige u zegenen en u behoeden:

והצבור עונים:

En de gemeente antwoordt:

אָמֵן:

Amen:

הכהנים:

De priesters:

יָאֵר ה' פָּנָיו אֵלֶיךָ וִיחֻנֶּךָּ:

Moge de Eeuwige Zijn aangezicht over u doen lichten en u genadig zijn:

והצבור עונים:

En de gemeente antwoordt:

אָמֵן:

Amen:

הכהנים:

De priesters:

יִשּא ה' פָּנָיו אֵלֶיךָ וְיָשם לְךָ שָׁלום:

Moge de Eeuwige Zijn aangezicht tot u verheffen en u vrede geven:

והצבור עונים:

En de gemeente antwoordt:

אָמֵן:

Amen:

הקהל:

De gemeente:

אַדִּיר בַּמָּרום שׁוכֵן בִּגְבוּרָה אַתָּה שָׁלום וְשִׁמְךָ שָׁלום. יְהִי רָצון שֶׁתָּשים עָלֵינוּ וְעַל כָּל עַמְךָ בֵּית יִשרָאֵל. חַיִּים וּבְרָכָה לְמִשְׁמֶרֶת שָׁלום:

Majesteitelijk in de hoogten, wonende in macht, Gij zijt vrede en Uw naam is vrede; moge het Uw wil zijn op ons en op heel Uw volk, het huis van Israël, leven en zegen te leggen als een waarborg van vrede:

שים שָׁלום טובָה וּבְרָכָה. חַיִּים חֵן וָחֶסֶד וְרַחֲמִים עָלֵינוּ וְעַל כָּל יִשרָאֵל עַמֶּךָ. בָּרְכֵנוּ אָבִינוּ כֻּלָּנוּ כְּאֶחָד בְּאור פָּנֶיךָ. כִּי בְאור פָּנֶיךָ נָתַתָּ לָּנוּ ה' אֱלהֵינוּ תּורַת חַיִּים וְאַהֲבַת חֶסֶד. וּצְדָקָה וּבְרָכָה וְרַחֲמִים וְחַיִּים וְשָׁלום. וְטוב בְּעֵינֶיךָ לְבָרֵךְ אֶת עַמְּךָ יִשרָאֵל בְּכָל עֵת וּבְכָל שָׁעָה בִּשְׁלומֶךָ:
בָּרוּךְ אַתָּה ה'. הַמְבָרֵךְ אֶת עַמּו יִשרָאֵל בַּשָּׁלום:

Schenk vrede, goedheid en zegen, leven, genade, goedertierenheid en barmhartigheid over ons en over heel Israël Uw volk; zegen ons, onze Vader, ons allen als één, met het licht van Uw aangezicht, want met het licht van Uw aangezicht hebt Gij ons gegeven, Eeuwige onze God, de Tora van het leven en de liefde tot goedertierenheid, en gerechtigheid, en zegen, en barmhartigheid, en leven, en vrede; en moge het goed zijn in Uw ogen Uw volk Israël te zegenen te allen tijde en in elk uur met Uw vrede:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die Zijn volk Israël met vrede zegent:

יִהְיוּ לְרָצון אִמְרֵי פִי וְהֶגְיון לִבִּי לְפָנֶיךָ. ה' צוּרִי וְגואֲלִי:
אֱלהַי. נְצר לְשׁונִי מֵרָע וּשפָתַי מִדַּבֵּר מִרְמָה. וְלִמְקַלְלַי נַפְשִׁי תִדּם. וְנַפְשִׁי כֶּעָפָר לַכּל תִּהְיֶה. פְּתַח לִבִּי בְּתורָתֶךָ. וּבְמִצְותֶיךָ תִּרְדּף נַפְשִׁי. וְכָל הַחושְׁבִים עָלַי רָעָה. מְהֵרָה הָפֵר עֲצָתָם וְקַלְקֵל מַחֲשַׁבְתָּם:
עֲשה לְמַעַן שְׁמֶךָ. עֲשה לְמַעַן יְמִינֶךָ. עֲשה לְמַעַן קְדֻשָּׁתֶךָ. עֲשה לְמַעַן תּורָתֶךָ. לְמַעַן יֵחָלְצוּן יְדִידֶיךָ הושִׁיעָה יְמִינְךָ וַעֲנֵנִי:
יִהְיוּ לְרָצון אִמְרֵי פִי וְהֶגְיון לִבִּי לְפָנֶיךָ. ה' צוּרִי וְגואֲלִי:
עשה שָׁלום בִּמְרומָיו. הוּא יַעֲשה שָׁלום עָלֵינוּ וְעַל כָּל יִשרָאֵל. וְאִמְרוּ אָמֵן:

Mogen de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor U, Eeuwige, mijn Rots en mijn Verlosser:
Mijn God, behoed mijn tong voor het kwaad en mijn lippen voor het spreken van bedrog; en jegens hen die mij vervloeken, laat mijn ziel zwijgen, en laat mijn ziel als stof zijn voor allen; open mijn hart voor Uw Tora, en moge mijn ziel Uw geboden najagen; en allen die kwaad tegen mij beramen, verijdel snel hun raad en doe hun plannen mislukken:
Doe het omwille van Uw naam; doe het omwille van Uw rechterhand; doe het omwille van Uw heiligheid; doe het omwille van Uw Tora; opdat Uw geliefden gered mogen worden, verlos met Uw rechterhand en antwoord mij:
Mogen de woorden van mijn mond en de overdenking van mijn hart welgevallig zijn voor U, Eeuwige, mijn Rots en mijn Verlosser:
Hij die vrede maakt in Zijn hoogten, moge Hij vrede maken over ons en over heel Israël, en zegt, Amen:

יְהִי רָצון מִלְּפָנֶיךָ ה' אֱלהֵינוּ וֵאלהֵי אֲבותֵינוּ. שֶׁיִּבָּנֶה בֵּית הַמִּקְדָּשׁ בִּמְהֵרָה בְיָמֵינוּ. וְתֵן חֶלְקֵנוּ בְּתורָתֶךָ:
וְשָׁם נַעֲבָדְךָ בְּיִרְאָה כִּימֵי עולָם וּכְשָׁנִים קַדְמונִיות:
וְעָרְבָה לה' מִנְחַת יְהוּדָה וִירוּשָׁלָיִם. כִּימֵי עולָם וּכְשָׁנִים קַדְמונִיות:

Moge het Uw wil zijn voor U, Eeuwige onze God en God van onze vaderen, dat de heilige Tempel spoedig in onze dagen herbouwd wordt, en geef ons ons deel in Uw Tora:
En daar zullen wij U met ontzag dienen zoals in de dagen van weleer en zoals in vroegere jaren:
En moge het offer van Juda en Jeruzalem welgevallig zijn voor de Eeuwige, zoals in de dagen van weleer en zoals in vroegere jaren:

Wanneer zeg je Rosj Chodesj Moesaf?

De Moesaf-dienst voor Rosj Chodesj wordt gereciteerd op de eerste dag(en) van elke Hebreeuwse maand, na de Shacharit-ochtenddienst.

Wat is Rosj Chodesj Moesaf?

Dit aanvullende gebed herdenkt de speciale offers die in de Tempel op de nieuwe maan werden gebracht. Rosj Chodesj viert vernieuwing en de verbinding van het Joodse volk met de maankalender.

Meer leren

Meer Rosj Chodesj

Ontdek andere categorieen