לְדָוִד אֵלֶיךָ יְהוָה נַפְשִׁי אֶשָּׂא:
Van David. Tot U, Eeuwige, hef ik mijn ziel op.
אֱלֹהַי בְּךָ בָטַחְתִּי אַל אֵבוֹשָׁה אַל יַעַלְצוּ אֹיְבַי לִי:
Mijn God, ik heb op U vertrouwd; laat mij niet beschaamd worden. Laat mijn vijanden niet over mij juichen.
גַּם כָּל קוֶֹיךָ לֹא יֵבֹשׁוּ יֵבֹשׁוּ הַבּוֹגְדִים רֵיקָם:
Laat ook niemand van hen die op U hopen beschaamd worden; laat hen beschaamd worden die zonder reden trouweloos handelen.
דְּרָכֶיךָ יְהוָה הוֹדִיעֵנִי אֹרְחוֹתֶיךָ לַמְּדֵנִי:
Eeuwige, doe mij Uw wegen kennen; leer mij Uw paden.
הַדְרִיכֵנִי בַאֲמִתֶּךָ וְלַמְּדֵנִי כִּי אַתָּה אֱלֹהֵי יִשְׁעִי אוֹתְךָ קִוִּיתִי כָּל הַיּוֹם:
Leid mij in Uw waarheid en onderwijs mij, want U bent de God van mijn heil; op U hoop ik de hele dag.
זְכֹר רַחֲמֶיךָ יְהוָה וַחֲסָדֶיךָ כִּי מֵעוֹלָם הֵמָּה:
Gedenk Uw barmhartigheden, Eeuwige, en Uw goedertierenheden, want zij zijn van eeuwigheid af.
חַטֹּאות נְעוּרַי וּפְשָׁעַי אַל תִּזְכֹּר כְּחַסְדְּךָ זְכָר לִי אַתָּה לְמַעַן טוּבְךָ יְהוָה:
De zonden van mijn jeugd en mijn overtredingen, gedenk ze niet; gedenk mij naar wat Uw goedertierenheid waardig is, omwille van Uw goedheid, Eeuwige.
טוֹב וְיָשָׁר יְהוָה עַל כֵּן יוֹרֶה חַטָּאִים בַּדָּרֶךְ:
De Eeuwige is goed en oprecht; daarom onderwijst Hij zondaars op de weg.
יַדְרֵךְ עֲנָוִים בַּמִּשְׁפָּט וִילַמֵּד עֲנָוִים דַּרְכּוֹ:
Hij leidt de nederigen met rechtvaardige bepalingen en Hij leert de nederigen Zijn weg.
כָּל אָרְחוֹת יְהוָה חֶסֶד וֶאֱמֶת לְנֹצְרֵי בְרִיתוֹ וְעֵדֹתָיו:
Alle wegen van de Eeuwige zijn goedertierenheid en waarheid voor hen die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
לְמַעַן שִׁמְךָ יְהוָה וְסָלַחְתָּ לַעֲוֹנִי כִּי רַב הוּא:
Omwille van Uw Naam, Eeuwige, zult U mijn ongerechtigheid vergeven, want zij is groot.
מִי זֶה הָאִישׁ יְרֵא יְהוָה יוֹרֶנּוּ בְּדֶרֶךְ יִבְחָר:
Wie is deze man die de Eeuwige vreest? Hij zal hem leiden op de weg die hij kiest.
נַפְשׁוֹ בְּטוֹב תָּלִין וְזַרְעוֹ יִירַשׁ אָרֶץ:
Zijn ziel zal in voorspoed verblijven, en zijn zaad zal de aarde beerven.
סוֹד יְהוָה לִירֵאָיו וּבְרִיתוֹ לְהוֹדִיעָם:
Het geheim van de Eeuwige is met hen die Hem vrezen, en Zijn verbond is om het hun bekend te maken.
עֵינַי תָּמִיד אֶל יְהוָה כִּי הוּא יוֹצִיא מֵרֶשֶׁת רַגְלָי:
Mijn ogen zijn altijd op God gericht want Hij zal mijn voeten uit het net halen.
פְּנֵה אֵלַי וְחָנֵּנִי כִּי יָחִיד וְעָנִי אָנִי:
Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en arm.
צָרוֹת לְבָבִי הִרְחִיבוּ מִמְּצוּקוֹתַי הוֹצִיאֵנִי:
De benauwdheden van mijn hart zijn toegenomen; verlos mij uit mijn noden.
רְאֵה עָנְיִי וַעֲמָלִי וְשָׂא לְכָל חַטֹּאותָי:
Zie mijn ellende en mijn moeite, en vergeef al mijn zonden.
רְאֵה אוֹיְבַי כִּי רָבּוּ וְשִׂנְאַת חָמָס שְׂנֵאוּנִי:
Zie mijn vijanden want zij zijn talrijk geworden, en zij haten mij met onrechtvaardige haat.
שָׁמְרָה נַפְשִׁי וְהַצִּילֵנִי אַל אֵבוֹשׁ כִּי חָסִיתִי בָךְ:
Bewaar mijn ziel en red mij; laat mij niet beschaamd worden want ik heb mijn toevlucht bij U gezocht.
תֹּם וָיֹשֶׁר יִצְּרוּנִי כִּי קִוִּיתִיךָ:
Oprechtheid en rechtschapenheid zullen mij bewaren, want ik heb op U gehoopt.
פְּדֵה אֱלֹהִים אֶת יִשְׂרָאֵל מִכֹּל צָרוֹתָיו:
O God, verlos Israel uit al zijn benauwdheden.