לַמְנַצֵּחַ אַל תַּשְׁחֵת לְדָוִד מִכְתָּם בְּבָרְחוֹ מִפְּנֵי שָׁאוּל בַּמְּעָרָה:
Voor de koorleider, al tasjcheet, van David een michtam, toen hij voor Saul vluchtte in de grot.
חָנֵּנִי אֱלֹהִים חָנֵּנִי כִּי בְךָ חָסָיָה נַפְשִׁי וּבְצֵל כְּנָפֶיךָ אֶחְסֶה עַד יַעֲבֹר הַוּוֹת:
Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want mijn ziel heeft bij U geschuild, en in de schaduw van Uw vleugels zal ik schuilen tot het verderf voorbij is.
אֶקְרָא לֵאלֹהִים עֶלְיוֹן לָאֵל גֹּמֵר עָלָי:
Ik zal de allerhoogste God aanroepen, de God die volbrengt wat Hij mij beloofd heeft.
יִשְׁלַח מִשָּׁמַיִם וְיוֹשִׁיעֵנִי חֵרֵף שֹׁאֲפִי סֶלָה יִשְׁלַח אֱלֹהִים חַסְדּוֹ וַאֲמִתּוֹ:
Hij zal uit de hemel zenden en mij redden van de smaad van hem die ernaar hunkert mij voor altijd te verslinden; God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
נַפְשִׁי בְּתוֹךְ לְבָאִם אֶשְׁכְּבָה לֹהֲטִים בְּנֵי אָדָם שִׁנֵּיהֶם חֲנִית וְחִצִּים וּלְשׁוֹנָם חֶרֶב חַדָּה:
Mijn ziel is te midden van leeuwen; ik lig te midden van mensen die als vuur zijn; hun tanden zijn als speren en pijlen, en hun tong is als een scherp zwaard.
רוּמָה עַל הַשָּׁמַיִם אֱלֹהִים עַל כָּל הָאָרֶץ כְּבוֹדֶךָ:
Wees verheven boven de hemel, o God; over de hele aarde zij Uw glorie.
רֶשֶׁת הֵכִינוּ לִפְעָמַי כָּפַף נַפְשִׁי כָּרוּ לְפָנַי שִׁיחָה נָפְלוּ בְתוֹכָהּ סֶלָה:
Zij bereidden een net voor mijn schreden, mijn ziel werd neergebogen; zij groeven een kuil voor mij, zij zullen er voor altijd in vallen.
נָכוֹן לִבִּי אֱלֹהִים נָכוֹן לִבִּי אָשִׁירָה וַאֲזַמֵּרָה:
Mijn hart is standvastig met God, mijn hart is standvastig; ik zal zingen, ja, ik zal lofzangen aanheffen.
עוּרָה כְבוֹדִי עוּרָה הַנֵּבֶל וְכִנּוֹר אָעִירָה שָּׁחַר:
Ontwaak, mijn eer; ontwaak, luit en harp; ik zal het morgenrood wekken.
אוֹדְךָ בָעַמִּים אֲדֹנָי אֲזַמֶּרְךָ בַּלְאֻמִּים:
Ik zal U loven onder de volken, o Eeuwige; ik zal Uw lof zingen onder de koninkrijken.
כִּי גָדֹל עַד שָׁמַיִם חַסְדֶּךָ וְעַד שְׁחָקִים אֲמִתֶּךָ:
Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemel, en Uw waarheid tot aan de wolken.
רוּמָה עַל שָׁמַיִם אֱלֹהִים עַל כָּל הָאָרֶץ כְּבוֹדֶךָ:
Wees verheven boven de hemel, o God, over de hele aarde zij Uw glorie.