הִנֵּה אֵל יְשׁוּעָתִי אֶבְטַח וְלא אֶפְחָד:
Zie, God is mijn verlossing; ik zal vertrouwen en niet bevreesd zijn.
כִּי עָזִּי וְזִמְרָת יָהּ יְהֹוָה. וַיְהִי לִי לִישׁוּעָה:
Want de Eeuwige God is mijn kracht en mijn lied, en Hij is mij tot verlossing geworden.
וּשְׁאַבְתֶּם מַיִם בְּשָׂשׂון. מִמַּעַיְנֵי הַיְשׁוּעָה:
En gij zult met vreugde water putten uit de bronnen der verlossing.
לַיְהֹוָה הַיְשׁוּעָה. עַל עַמְּךָ בִרְכָתֶךָ סֶּלָה:
De verlossing behoort aan de Eeuwige; Uw zegen is over Uw volk. Sela.
יְהֹוָה צְבָאות עִמָּנוּ. מִשְׂגָּב לָנוּ אֱלהֵי יַעֲקב סֶלָה:
De Eeuwige der heerscharen is met ons; de God van Jakob is ons toevluchtsoord. Sela.
יְהֹוָה צְבָאות. אַשְׁרֵי אָדָם בּטֵחַ בָּךְ:
O Eeuwige der heerscharen, gezegend is de mens die op U vertrouwt.
יְהֹוָה הושִׁיעָה. הַמֶּלֶךְ יַעֲנֵנוּ בְּיום קָרְאֵנוּ:
Eeuwige, red ons; moge de Koning ons antwoorden op de dag dat wij roepen.
לַיְּהוּדִים הָיְתָה אורָה וְשִׂמְחָה וְשָׂשׂון וִיקָר. כֵּן תִּהְיֶה לָנוּ:
Voor de Joden was er licht en blijdschap, vreugde en eer. Zo moge het voor ons zijn.
כּוס יְשׁוּעות אֶשָּׂא. וּבְשֵׁם יְהֹוָה אֶקְרָא:
Ik zal de beker der verlossing opheffen en de naam van de Eeuwige aanroepen.
סַבְרִי מָרָנָן:
Aandacht, geëerde heren:
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה אֱלהֵינוּ מֶלֶךְ הָעולָם. בּורֵא פְּרִי הַגָּפֶן:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, Schepper van de vrucht van de wijnstok.
על הבשמים:
Voor de specerijen:
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה אֱלהֵינוּ מֶלֶךְ הָעולָם. בּורֵא מִינֵי בְשָׂמִים:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, Schepper van velerlei specerijen.
על הנר:
Voor de kaars:
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה אֱלהֵינוּ מֶלֶךְ הָעולָם. בּורֵא מְאורֵי הָאֵשׁ:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, Schepper van de lichten van het vuur.
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה אֱלהֵינוּ מֶלֶךְ הָעולָם. הַמַּבְדִּיל בֵּין קדֶשׁ לְחל. בֵּין אור לְחשֶׁךְ. בֵּין יִשְׂרָאֵל לָעַמִּים. בֵּין יום הַשְּׁבִיעִי לְשֵׁשֶׁת יְמֵי הַמַּעֲשֶׂה:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, die onderscheid maakt tussen heilig en alledaags, tussen licht en duisternis, tussen Jisraeel en de volken, tussen de zevende dag en de zes dagen van arbeid.
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה הַמַבְדִּיל בֵּין קדֶשׁ לְחל:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die onderscheid maakt tussen heilig en alledaags.