בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה, אֱלֹהֵינוּ מֶלֶךְ הָעוֹלָם, אֲשֶׁר בָּחַר בִּנְבִיאִים טוֹבִים, וְרָצָה בְדִבְרֵיהֶם הַנֶּאֱמָרִים בֶּאֱמֶת:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, die goede profeten verkozen heeft, en behagen schepte in hun woorden die in waarheid gesproken zijn.
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה הַבּוֹחֵר בַּתּוֹרָה וּבְמֹשֶׁה עַבְדּוֹ, וּבְיִשְׂרָאֵל עַמּוֹ, וּבִנְבִיאֵי הָאֱמֶת והַצֶּדֶק:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die de Tora verkiest, Mozes Zijn knecht, Israël Zijn volk, en profeten van waarheid en gerechtigheid.
הקורא והקהל קוראים בלחש. ולאחר קריאת יאמר:
En de voorlezer, en de gemeente leest het in stilte. En na de lezing van de Haftara zegt men:
גּוֹאֲלֵינוּ יְהֹוָה צְבָאוֹת שְׁמוֹ קְדוֹשׁ יִשְׂרָאֵל:
Onze Verlosser, de Eeuwige der heerscharen is Zijn naam, de Heilige van Israël.
בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה, אֱלֹהֵינוּ מֶלֶךְ הָעוֹלָם צוּר כָּל הָעוֹלָמִים, צַדִּיק בּכָל הַדּוֹרוֹת, הָאֵל הַנֶּאֱמָן, הָאוֹמֵר וְעֹשֶׂה, הַמְדַבֵּר וּמְקַיֵּם, כִּי כָל דְּבָרָיו אֱמֶת וָצֶדֶק. נֶאֱמָן אַתָּה הוּא יְהֹוָה אֱלֹהֵינוּ וְנֶאֱמָנִים דְּבָרֶיךָ, וְדָבָר אֶחָד מִדְּבָרֶיךָ אָחוֹר לֹא יָשׁוּב רֵיקָם, כִּי אֵל מֶלֶךְ נֶאֱמָן וְרַחֲמָן אָתָּה. בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה הָאֵל הַנֶּאֱמָן בְּכָל דְּבָרָיו:
Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, Rots van alle werelden, rechtvaardig in alle geslachten, de getrouwe God, die zegt en doet, spreekt en vervult, wiens woorden alle waar en rechtvaardig zijn. Getrouw zijt Gij, Eeuwige, onze God, en getrouw zijn Uw woorden, en niet één van Uw woorden keert ledig terug, want Gij zijt een God, een Koning, getrouw en barmhartig. Gezegend zijt Gij, Eeuwige, de God die getrouw is in al Zijn woorden.
רַחֵם עַל צִיּוֹן כִּי הִיא בֵּית חַיֵּינוּ וְלַעֲלוּבַת נֶפֶשׁ תּוֹשִׁיעַ בִּמְהֵרָה בְּיָמֵינוּ. בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה מְשַׂמֵּחַ צִיּוֹן בְּבָנֶיהָ:
Heb erbarmen over Sion, want het is het huis van ons leven, en red de ziel in nood spoedig in onze dagen. Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die Sion doet verheugen met haar kinderen.
שַׂמְּחֵנוּ יְהֹוָה אֱלֹהֵינוּ בְּאֵלִיָהוּ הַנָּבִיא עַבְדָּךְ, וּבְמַלְכוּת בֵּית דָּוִד מְשִׁיחָךְ, בִּמְהֵרָה יָבֹא וְיגֵל לִבֵּנוּ, עַל כִּסְאוֹ לֹא יֵשֶׁב זָר וְלֹא יִנְחֲלוּ עוֹד אֲחֵרִים אֶת כְּבוֹדוֹ, כִּי בְשֵׁם קָדְשׁךָ נִשְׁבַּעְתָּ לּוֹ שֶׁלֹּא יִכְבֶּה נֵרוֹ לְעוֹלָם וָעֶד. בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה מָגֵן דָּוִד:
Verblijd ons, Eeuwige, onze God, met Elia de profeet, Uw knecht, en met het koninkrijk van het huis van David, Uw gezalfde. Moge hij spoedig komen en onze harten verblijden. Geen vreemde zal op zijn troon zitten, en anderen zullen zijn heerlijkheid niet langer beërven, want bij Uw heilige naam hebt Gij hem gezworen dat zijn lamp niet zal worden uitgedoofd, voor eeuwig en altijd. Gezegend zijt Gij, Eeuwige, Schild van David.
עַל הַתּוֹרָה, וְעַל הָעֲבוֹדָה, וְעַל הַנְּבִיאִים, וְעַל יוֹם הַשַּׁבָּת הַזֶּה שֶׁנָּתַתָּ לָּנוּ יְהֹוָה אֱלֹהֵינוּ לִקְדֻשָּׁה וְלִמְנוּחָה לְכָבוֹד וּלְתִפְאָרֶת. עַל הַכֹּל יְהֹוָה אֱלֹהֵינוּ אֲנַחְנוּ מוֹדִים לָךְ וּמְבָרְכִים אוֹתָךְ. יִתְבָּרַךְ שִׁמְךָ בְּפִי כָּל חַי תָּמִיד לְעוֹלָם וָעֶד. בָּרוּךְ אַתָּה יְהֹוָה מקַדֵּשׁ הַשַּׁבָּת, אָמֵן.
Voor de Tora, en voor de dienst, en voor de profeten, en voor deze Sjabbatdag die Gij ons gegeven hebt, Eeuwige, onze God, tot heiligheid en rust, tot eer en heerlijkheid. Voor alles, Eeuwige, onze God, danken wij U en zegenen wij U. Moge Uw naam gezegend worden in de mond van al wat leeft, voortdurend, voor eeuwig en altijd. Gezegend zijt Gij, Eeuwige, die de Sjabbat heiligt, Amen.